Trends & meer

Waar licht is, kan de lamp uit

Als de zon schijnt, kan het licht uit. Klinkt als een open deur, maar dit is niet per definitie hoe het gaat in bedrijfspanden. Terwijl de techniek al lang en breed bestaat om de verlichting aan te passen op het aanwezige daglicht. Het zogenaamde daglichtoogsten kan helpen om de energierekening iets te laten dalen.

Het duurt niet lang meer of het voorjaar maakt z’n opwachting. Eindelijk weer wat meer licht, na die donkere wintermaanden. Zeker in een winter zoals de afgelopen, waarin grijze wolkendekken het beeld domineerden. Natuurlijk branden de lampen op zulke dagen, want de meeste mensen zitten niet graag in het donker. Zeker niet als er gewerkt moet worden. Dan kan de aanwezigheid van voldoende licht van essentieel belang zijn. Maar is de toename van daglicht straks ook terug te zien op die werkplekken? Dimt het licht als het voorjaarszonnetje z’n stralen straks door de ramen laat schijnen?

Oogsten

Als het gaat om het inzetten van daglicht als lichtbron, komt de term daglichtoogsten om de hoek kijken. Het daglicht wordt als het ware geoogst en hoe meer daarvan aanwezig is, hoe minder kunstlicht er hoeft te branden. Op een zonnige dag haalt een werkplek nabij het raam zonder enige vorm van kunstverlichting met gemak de 500 lux, die als ondergrens wordt gesteld in de NEN-norm voor verlichting op werkplekken. En dat geldt waarschijnlijk ook voor de werkplekken die iets verder van het raam liggen. Lampen uit dus. Maar slaat het weer om en verdwijnt de zon achter de wolken, dan is misschien kunstverlichting nodig om die ondergrens te halen. Dan kun je iemand naar de schakelaar laten lopen, maar makkelijker is het natuurlijk wanneer het verlichtingssysteem dit zelf meet en de lichtsterkte aanpast. Door te reageren op de hoeveelheid daglicht, kunnen energiebesparingen van 20 tot wel 60 procent behaald worden.

Nu gebeurt dat nog lang niet overal in de Nederlandse kantoorpanden. Sterker, Nederland staat volgens Mike Lusthof (Cinergie) vol met inefficiënte gebouwen. Terwijl elke kilowattuur die je niet gebruikt, toch weer scheelt voor het milieu én in de portemonnee. Die hoeft immers niet opgewekt of afgenomen te worden. Daarom kijkt hij graag rond in panden, om onderzoek te doen en vervolgens advies te kunnen geven voor energiebesparing. Dat het gebruik van ledverlichting een manier is om te besparen weet inmiddels iedereen wel, maar ook in de manier van toepassen is nog winst te behalen. Wanneer de conventionele verlichting wordt vervangen, is het wellicht niet nodig om de lichtpunten één op één te vervangen. Een deskundige kan meekijken en vaststellen hoeveel licht er daadwerkelijk nodig is en aan de hand van een lichtplan blijkt misschien wel dat ook met minder lichtpunten kan worden volstaan. Het zijn simpele manieren om zuiniger met energie om te springen.

Sensor

Om daglicht te oogsten, is een fotocel nodig: een sensor die de aanwezige hoeveelheid licht meet. Een techniek die overigens al vele jaren bestaat. Deze werd al toegepast toen TL-verlichting nog de standaard was. Door de verlichtingsbak te voorzien van een oogje, de sensor, kan eenvoudig worden gereageerd op veranderende omstandigheden.

Bij het gebruik van ledverlichting is dit eveneens per armatuur te regelen, maar het is ook mogelijk om het geheel via het lichtsysteem aan te sturen. Het is wel noodzakelijk dat dan verlichting wordt gebruikt die beschikt over het zogenaamde DALI-systeem (Digital Addressable Lighting Interface). Dit verlichtingsprotocol kan het systeem aansturen en maakt de verlichting smart. Dit kan onderdeel worden gemaakt van een gebouwbeheersysteem. De toepassing van een fotosensor, die de hoeveelheid aanwezige verlichting meet en de driver vervolgens instrueert om de verlichting te dimmen of te versterken, is een van de vele mogelijkheden binnen het DALI-systeem. Andere toepassingen die binnen dit systeem gebruikt kunnen worden om onnodig brandende verlichting te voorkomen, zijn bijvoorbeeld tijdschakelaars. Er zijn ook aanwezigheids- of bewegingssensoren, zodat alleen daar licht brandt waar mensen aanwezig zijn.

Geen disco-effect

Het meest interessant is daglichtoogsten volgens een installateur bij de toepassing in grote ruimten. Daar is de hoeveelheid aanwezig daglicht niet gelijk. Denk bijvoorbeeld aan een kantoor met één raamzijde. Aan die kant is doorgaans voldoende licht, maar zonder kunstlicht zitten de mensen aan de andere kant van het pand misschien wel in de duisternis. Wanneer in zo’n ruimte de lichtpunten los van elkaar kunnen worden aangestuurd, is de winst het grootst.

Overigens hoeft men niet bang te zijn voor een disco-effect op bewolkte dagen, want net als bij een bewegingsmelder is in het systeem een bepaalde vertraging in te stellen. Stel dat een typisch Hollandse wolkenlucht voorbijtrekt, zullen de lampen dan niet bij elke wolk aan- en uitspringen. Maar wanneer de zon zich langer dan een minuut niet laat zien, wordt de kunstverlichting opgeschroefd. En als het systeem goed is ingesteld, merkt ondertussen niemand iets van de veranderende lichtomstandigheden.

Nieuwbouw

Systemen om daglicht te oogsten zijn internationaal in opkomst. Ook in Nederland is het bepaald nog niet de standaard. Wel wordt het steeds vaker toegepast in nieuwbouwlocaties. Het komt steeds vaker voor dat een dergelijk systeem wordt gevraagd om aan eisen voor bijvoorbeeld een subsidie te voldoen. Maar ook in bestaande panden kan het systeem natuurlijk worden toegepast.

Zoals genoemd, loopt de besparing uiteen van zo’n 20 tot 60 procent. Bij het gebruik van ledverlichting is het effect van daglicht oogsten op de kosten minder groot dan bij andere bronnen, omdat die eerstgenoemde van zichzelf al minder verbruikt. De terugverdientijd van een systeem voor daglichtoogsten is moeilijk te voorspellen. Dit is afhankelijk van welke aanpassingen aan de huidige verlichting gedaan moeten worden, omdat bijvoorbeeld dimbare verlichting duurder is dan verlichting die alleen aan en uit kan. Het hangt ook af van de techniek achter de verlichting en wie daar toegang toe moet hebben en of dit bijvoorbeeld ook via een app moet kunnen.

Nieuwsbank banner