Trends & meer

Nog lang geen eind aan ontwikkeling slim slot

Hoe veilig is het in je gebouw als je niet meer weet wie toegang heeft? Met een mechanisch sluitplan kan een deur weliswaar worden geopend en gesloten, maar wie wanneer toegang heeft wordt met de tijd ondoorzichtig. Een elektronisch sluitsysteem daarentegen zorgt dat de beheerder de regie kan houden. Als organisatie kun je zo onbevoegden buiten de deur houden; die wetenschap zorgt ervoor dat medewerkers zich veilig voelen. Maar werkt dit voor elke organisatie? Is het echt zo veilig? En is een fysieke tag nog nodig of stappen we massaal over op vingerafdrukherkenning?

In een mechanisch sluitplan, vaak in beheer van de facilitair manager, worden fysieke sleutels uitgegeven. Een betrouwbaar systeem dat vrijwel altijd werkt, tot het moment dat iemand zijn sleutel kwijtraakt of die – eenmaal uit dienst – niet meer inlevert. Een beveiligingslek is het gevolg. Sommige organisaties durven dat risico te nemen, andere zien zich gedwongen om op dat moment alle cilinders en sleutels te vervangen. Veelal een kostbare, tijdrovende klus.

Een elektronisch systeem werkt niet met sleutels, maar met tags, kaarten en steeds vaker mobiele telefoons. Het belangrijkste voordeel hiervan is dat de beheerder in staat is om tags of kaarten achteraf uit te programmeren, ongeacht of die nu wel of niet worden ingeleverd. Ook een verloren kaart kan direct op afstand worden geblokkeerd. De gebruiker kan zelfs afrekenen in de kantine of de printer bedienen met dezelfde pas of tag. Voor bezoekers zijn dagpassen beschikbaar en bepaalde gebruikers(groepen) kunnen met hun pas toegang krijgen in bepaalde tijdvakken of in bepaalde zones van het gebouw; bijvoorbeeld kantoorpersoneel tussen 8 en 18, de schoonmaakploeg tussen 18 en 22 uur. Of alleen mensen met een relevante opleiding kunnen een elektriciteitshuisje betreden.

Draadloze buitendeur

Tot nu toe zag je vooral dat bedrijven de overstap naar elektronisch maakten bij verhuizing of nieuwbouw. Voor de toegangscontrole op de buitendeur werd dan gekozen voor bekabeling, terwijl die op de binnendeuren meestal “batterij gevoed” was. Tegenwoordig is er vooral veel sprake van renovatie. “De nieuwste trend is dan ook dat draadloos wordt toegepast op de buitendeuren”, weet expert Marcel Borsboom. “Die vraag komt uit de markt, vooral omdat een bekabelde oplossing een forse investering per deur is; je hebt continu voeding nodig, een elektronisch slot en een lezer. Gemiddeld kost dat zo’n drie tot vier keer duurder zijn dan een batterijgevoede oplossing. Maar die oplossing is initieel ontwikkeld voor binnendeuren. Op de buitendeur wil je een strikt regime kunnen voeren.” Dit vergt dus een doorontwikkeling van het systeem op meerdere aspecten: de inbraakwerendheid mag niet onderdoen voor die van een bekabelde toegangscontrole. Fabrikanten werken hard aan de ontwikkeling van nieuwe hardware met een zo energiezuinig mogelijke techniek, om te voorkomen dat je vanwege het hoogfrequente gebruik wekelijks de batterij moet vervangen. Bovendien moet het systeem worden beschermd tegen weersinvloeden. Zelfs aan de functionaliteit worden andere eisen gesteld. Voor een binnendeur is het vaak voldoende dat die na ontgrendeling terugvalt in het dagslot, voor een buitendeur niet. Dit kan er toe leiden dat de investering inderdaad lager is, maar dat de total costs of ownership duurder kunnen uitpakken.

Veiligheid

Het is daarom raadzaam om deskundig advies in te winnen over de keuze voor een systeem. Veiligheid is in die afweging ook een belangrijk punt. Om een voorbeeld te noemen: het risico van een zogeheten “mifare hack”. Leveranciers van elektronische toegangscontrolesystemen kunnen het veiligste systeem, namelijk Mifare Desfire, gebruiken – zonder encryptie zijn ze in seconden met een simpele telefoon-app al te kraken. Zoals ook gebeurde met de voorloper, Mifare classic en de OV-chip. Al bij het stellen van de criteria moet worden nagedacht over dit kritische punt: kies je voor een methode waarbij het kaartserienummer (csn) wordt gebruikt of een geëncrypteerde techniek.

Het fall back-systeem gaat eveneens over veiligheid. Voor sommige vertrekken, zoals de serverruimte, blijft een mechanisch slot nog altijd de beste oplossing. Om te voorkomen dat bij stroomuitval niemand meer toegang heeft, moet je kunnen terugvallen op een traditionele sleutel.

Mobiele telefoon

Bij alle andere toegangscontroles wint de elektronische oplossing aan terrein. Maar daarbij worden steeds minder kaarten of tags gebruikt en wint de mobiele telefoon terrein – een relatief nieuwe ontwikkeling die zich naar verwachting zal doorzetten. Het is een groot voordeel dat de beheerder geen sleutels meer hoeft uit te reiken en niet hoeft te investeren in de drager. Dat bespaart weliswaar geld en tijd, maar dat is ook meteen een nadeel, want als iemand zijn telefoon laat vallen is dat een dure sleutel om te vervangen… Overigens is niet elke mobiele telefoon geschikt voor dezelfde techniek. Met een Apple gsm kun je wel de sloten van iLOQ bedienen. Dit werkt via NFC. Dit systeem werkt ook zonder batterijen, het maakt gebruik van de batterij van de gsm om het slot te openen/sluiten.

Biometrie (vingerafdrukken, gezichtsherkenning, irisscans) kán ook gebruikt worden, maar in de praktijk wordt dit nauwelijks toegepast: nog lang niet genoeg betrouwbaar. Denk aan de schilder die ’s ochtends misschien wel de deur kan openen met een vingerprint, maar daar na een dag verven problemen bij ondervindt. Waar het wel wordt gebruikt is het meestal toegevoegd als extra veiligheidslaag, naast “iets weten” (een code) en “iets hebben” (een sleutel).

Met al die opties is de belangrijkste vraag voor een bedrijf dat wil overstappen op elektronische toegangscontrole: wat het doel is van het nieuwe systeem? Wat past binnen de organisatie en wat is het fall back-scenario? Een elektronisch systeem kan bijvoorbeeld registreren wie, waar, wanneer een deur opende, maar er zijn ook systemen die dat niet doen. Kijk vooral heel goed naar de toekomst: wat verwacht je? Is de ontwikkeling dat deuren verdwijnen en plaats maken voor kantoortuinen? Kies je liever een open standaard systeem zodat je niet afhankelijk blijft van één leverancier? Wil je de toegangscontrole koppelen aan andere systemen, zoals camerabeveiliging? En wat niet onderschat moet worden: de bouwkundige staat. Want ook die bepaalt of kwaadwillenden toch zullen proberen zichzelf toegang te verschaffen.

Vergeleken met de mechanische oplossing vergt een elektronisch sluitsysteem altijd een grotere investering. Soms is aanpassing niet eens mogelijk, want boor je bijvoorbeeld een gat voor het nieuwe systeem in een brandwerende deur, dan kan zo maar certificeringsverval optreden. Elke bouwkundige aanpassing kan op die manier voor problemen zorgen. Het blijft ook niet bij een eenmalige investering: vaak betaalt de klant jaarlijks aan licenties om zich ervan te verzekeren dat de software altijd up-to-date is. Maar het gemak dat een elektronisch sluitsysteem oplevert voor de beheerder, de extra informatie die je ermee kunt verkrijgen en zeker de toekomstige mogelijkheden om de elektronische toegangscontrole steeds meer aan andere systemen te koppelen, maakt het wel een interessante keuze.

Nieuwsbank banner