Trends & meer

Hoe houd je de luchtkwaliteit op kantoor goed?

De luchtkwaliteit op kantoor is belangrijk voor het functioneren en de gezondheid van de mensen die er werken. Dat is nog nadrukkelijker naar voren gekomen tijdens de coronapandemie. Het onderzoeken en waar nodig verbeteren van de luchtkwaliteit moet dan ook zorgvuldig gebeuren. Wat komt daar bij kijken?

Een slechte luchtkwaliteit kan de concentratie, het welbevinden en de gezondheid van werknemers beïnvloeden. Klachten zoals slijmvliesirritaties, vermoeidheid en hoofdpijn kunnen optreden en in bepaalde situaties kan zelfs overdracht van luchtweginfecties plaatsvinden. Ook kan het zorgen voor allergische reacties door stoffen in de lucht en voor overlast door geurhinder. “Onderneem direct actie als je denkt dat mensen te vaak in slechte lucht zitten. Let daarbij speciaal op veel gebruikte ruimtes”, raadt Atze Boerstra aan. Hij is oprichter en inmiddels 25 jaar directeur van bba binnenmilieu. Verder is hij sinds het voorjaar van 2021 hoogleraar Building Services Innovation aan de faculteit Bouwtechniek van de TU Delft.

Goede luchtkwaliteit

Voor een goede luchtkwaliteit moeten ruimtes voldoende geventileerd blijven. Daarnaast zijn stofvrije luchtkanalen en ventilatieopeningen belangrijk. Verder is het goed schoonhouden van kantoren van belang om bacteriën en fijnstof in de kantoorlucht tegen te gaan. “Je voorkomt dat de luchtkwaliteit verslechtert door steeds verse lucht aan te voeren”, vertelt Boerstra. “Idealiter heb je in een kantoor de beschikking over een mechanisch ventilatiesysteem aangevuld met te openen ramen. De basisluchttoevoer is dan gegarandeerd en als je een keer met veel mensen bent of wanneer je tussen vergaderingen door even wilt luchten dan kan je extra ventileren door ramen open te zetten. Het is helemaal mooi als je werkt met CO2-gestuurde ventilatiesystemen. Zo’n systeem voert dan automatisch extra verse lucht toe als er een keer sprake is van een hoge bezettingsgraad. Als er niemand is, gaat de luchttoevoer weer omlaag.”

Soms zijn er in gebouwen situaties waarbij de luchtkwaliteit minder is door ventilatievoorzieningen die niet meer voldoen of ontwerpfouten bevatten. “Denk aan een ventilatiekanaal dat te klein blijkt te zijn nadat men een ruimte anders of meer intensief is gaan gebruiken. Dat moet dan vergroot worden. Of er is sprake van een structureel bouwkundig probleem. Denk aan verkeerd materiaalgebruik dat leidt tot geuroverlast of schimmelvorming in een constructie door bijvoorbeeld een koudebrug.” Daarnaast kunnen mechanische systemen teveel herrie maken. “Hier moet je dan iets aan doen, omdat het afleidt bij het werk of omdat medewerkers daardoor op het idee komen om systemen helemaal uit te zetten.”

Hard praten

Vooral in relatief kleine ruimtes waar mensen langere tijd bij elkaar zijn, is voldoende ventilatie belangrijk. De huidige COVID-19-pandemie heeft laten zien dat juist in dat soort situaties de overdracht van het coronavirus via aerosolen (minuscule, onzichtbare speekseldruppeltjes) extra aannemelijk is. “Dit geldt met name voor kleine, slecht geventileerde ruimten waar luid gepraat of gezongen wordt en waar mensen zeker een half uur bij elkaar zitten. Juist bij stemverheffing verspreidt men veel aerosolen. Bij zingen of hard praten is het dus zo dat de lucht in een ruimte sneller gevuld wordt met hoge concentraties virusdeeltjes als een van de aanwezigen besmet is. Extra ventileren is dan met het mechanische systeem in de ‘boost-stand’ of de ramen flink open noodzakelijk”, legt Boerstra uit.

Een luchtreiniger is volgens hem geen alternatief voor een slecht geventileerde ruimte. “Als je op een kantoor een luchtkwaliteitprobleem hebt, zorg dan allereerst dat de reguliere ventilatie op orde is. Luchtreinigers zijn meer iets voor echt bijzondere situaties in bijvoorbeeld gezondheidszorggebouwen. En dan nog moet je echt opletten dat je systemen inzet die aantoonbaar werken en virussen uit de lucht kunnen filteren.”

Meet de luchtkwaliteit

Om problemen door een slechte luchtkwaliteit op kantoor te voorkomen, is het volgens Boerstra verstandig om de luchtkwaliteit structureel te controleren. “Een keer in de twee of drie jaar meten is genoeg. Denk dan bijvoorbeeld aan het steekproefsgewijs controleren van de luchttoevoerdebieten. Je kunt ook zonder dat het veel extra werk betekent, kiezen voor continue monitoring van de luchtkwaliteit.” Hij waarschuwt om nooit te meten om het meten zelf. “Je meet op basis van doelen en om eventuele problemen op te lossen. Denk aan prikkende ogen bij medewerkers. Je kunt dan meten of dat bijvoorbeeld komt door vezels of stofdeeltjes in de lucht. Er kunnen ook issues zijn met de temperatuurbeheersing in een ruimte en dus niet met de lucht zelf. Bij te hoge temperaturen ervaren mensen de lucht eerder als bedompt en vies.”

Boerstra benadrukt dat het beter is om niet te wachten tot er binnenklimaatklachten optreden, maar die voor te zijn. “Dat betekent preventie door systematisch meten van bijvoorbeeld de CO2-concentratie. Verder is het een aanrader om een keer per twee of drie jaar de feedback van gebruikers te vragen over de luchtkwaliteit met bijvoorbeeld een enquête. Je moet je niet blindstaren op alleen fysische metingen. Juist ervaringen van mensen kunnen helpen om een beter beeld te krijgen van een situatie en sneller tot oplossingen te komen.”

Verder adviseert hij om een keer per jaar een ‘hygiëne-inspectie’ te doen. “Je kunt dan nalopen of centrale luchtbehandelingskasten nog voldoende werken en of inblaasroosters niet vervuild raken.” Boerstra raadt daarnaast aan om bij zo’n evaluatie te kijken of de regelinstellingen van installaties nog kloppen, zoals bijvoorbeeld inblaastemperaturen. “Ga ook na of de gebruikstijd van je ventilatie nog goed ingesteld is. Controleer verder het energieverbruik. Vanwege energiebesparing hoeft een systeem niet altijd op volle kracht te draaien. Ruimten moeten vooral geventileerd en geklimatiseerd worden als er mensen aanwezig zijn.”

Meetapparatuur

Voor het meten van de luchtkwaliteit gebruiken gebouwbeheerders vaak luchtvochtigheidsmeters als relatief simpele en goedkope standaardapparaten. De luchtvochtigheid heeft volgens Boerstra echter weinig effect op eventuele klachten. “Hiernaar is onder andere in Scandinavie best veel onderzoek naar gedaan. Neus- en keelirritaties worden bijvoorbeeld vaak door blootstelling aan stoffen in de lucht veroorzaakt en niet door een te lage luchtvochtigheid. De luchtvochtigheid op kantoor valt ook meestal wel mee trouwens, zelfs in de winter. Andere aspecten zijn eigenlijk belangrijker. Zo kan het nuttig zijn om op zwaar belaste locaties de fijnstofconcentraties binnen te meten. De buitenlucht kan daar slechter zijn dan de binnenlucht. Door fijn stof te meten, weet je wanneer het verstandig is om ramen een paar uur dicht te houden.”

Daarnaast kan je eventueel chemische stoffen meten. “De apparatuur daarvoor is relatief duur, dus je moet je afvragen of je dat moet meten als je het over een regulier kantoorgebouw hebt”, stelt Boerstra. Het is wel bijna altijd nuttig om de temperatuur te meten en de CO2-concentratie. Dat laatste kan men ook zelf doen met een zogenaamde CO2-meter of CO2-stoplicht. “Zo houdt men zelf zicht op de actuele luchtkwaliteit en wordt men gewaarschuwd als de verse luchttoevoer gevaarlijk laag is.”

Aandachtspunten

Tot slot heeft Boerstra nog enkele aandachtspunten voor een facilitair manager. “Leg een robuust ventilatiesysteem aan dat op de lange termijn goed werkt en bezuinig niet op onderhoud. Let verder op voldoende luchtdoorvoer in vooral de intensief gebruikte ruimten. Zorg verder voor een goede doorluchting van de hele ruimte , dus bijvoorbeeld niet het toevoer- en afvoerrooster vlak naast elkaar in een plafond. Zorg tenslotte dat medewerkers over voldoende persoonlijke beïnvloedingsmogelijkheden beschikken om het klimaat in een ruimte naar hun voorkeur in te stellen, zoals wandthermostaten en te openen ramen. Dat verbetert hun beleving sterk en zorgt voor flink minder binnenklimaatklachten.”

Voor de echt geïnteresseerden in klimaatbeheersing op kantoren heeft Boerstra nog een extra tip. “Komend voorjaar vindt in Rotterdam het internationale congres CLIMA 2022 (zie www.clima2022.org) plaats over verwarming, ventilatie en airconditioning. Dit wordt georganiseerd door de TVVL (kennisplatform voor de installatietechniek), de TU Delft en de TU Eindhoven. Dat is zeker ook iets voor facilitair managers.”

Nieuwsbank banner