Trends & meer

Wat als Big Brother onze toekomstige werkplekken bepaalt?

Big Brother is allang geen toekomstbeeld meer van 1984. Als een sluipmoordenaar deed hij zijn intrede met behulp van slimme software voor het meten van de bezettingsgraad van gebouwen, de mate van comfort, de kwaliteit van schoonmaak, de stand van onderhoud, etc. Kortom, het gebouwbeheer van de toekomst vertaalde zich steeds meer als een kwestie van meekijken met de gebruiker om deze beter te kunnen bedienen. In hoeverre is angst voor Big Brother terecht?

Technologische vooruitgang is te merken in gebouwbeheer. Voor toegangscontrole, bezetting, onderhoud, installaties, parkeren en andere aspecten van gebouwbeheer wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van slimme software. Handige sensoren zullen onmisbaar worden, is de verwachting.

Een paar voorbeelden. Bezetting van kantoor valt steeds beter, makkelijker te regelen. Dat is mogelijk dankzij sensoren die actuele bezettingsgraad van vergaderzalen, spreekkamers en werkplekken bijhouden. Medewerkers kunnen zo in één oogopslag zien waar een werkplek beschikbaar is voor een overleg of om rustig te werken.

Of neem toegangscontrole. Een slimme bel, QR-codes of een bezoekersregistratiesysteem maken het mogelijk toegang te verlenen en te monitoren wie er in huis is. Onderhoud kan ook zo slim mogelijk worden gemaakt. Door op tijd aan te geven wanneer iets moet worden vervangen of aandacht vereist.

Nuchter over Big Brother

Het werpt de vraag op of we ook alles moeten willen wat technisch mogelijk is. Dat Big Brother overal meekijkt, de macht overneemt en gebruikers minder te zeggen krijgen over wat ze kunnen doen en geen angst krijgen voor wat technologie kan betekenen.

Experts zijn redelijk nuchter over de verhouding tussen techniek en mens. Het is niet de vraag of nieuwe technologie wordt gebruikt, maar hoe die wordt gebruikt. Als maar de functie waarvoor iets dient goed in de gaten wordt gehouden.

En het verhaal van privacy, wat wel en niet mag volgens de AVG, zit volgens hen aardig tussen de oren. Trouwens, ook al krijgen smart buildings veel publiciteit, in de praktijk loopt het nog niet zo hard.

Niet alleen ‘techneuten’

Antoine Brunink (Unica Building Intelligence) zegt dat adoptie, dus aanvaarding van nieuwe technologie om gebouwbeheer te regelen, een belangrijk aspect is. Dus het onderwerp heeft de aandacht, het zijn niet enkel de ‘techneuten’ die het bij invoering van technische snufjes het voor het zeggen hebben. Het gaat niet om de technische oplossing maar om de functionele waarde.

Data-analyse, doet een installatie wat die moet doen, is in zijn geval belangrijk om de prestaties van een gebouw en installaties te verbeteren. Er kan dan op tijd worden geanticipeerd om een gebouw en installatie blijvend goed en duurzaam te kunnen laten functioneren.

„Maar de toepassing van slim gebouwbeheer is heel breed en wordt steeds serieuzer genomen. Schoonmaak optimaliseren, gebruiksbezetting koppelen, noem maar op. Het is de voordelen die slim gebouwbeheer biedt goed benutten. En houd het laagdrempelig.”

Brunink heeft de indruk dat in het algemeen privacy nu aandacht heeft. Bezetting, aanwezigheid valt bijvoorbeeld goed anoniem te regelen, ook bij gebruik van wifi of bluetooth. Daarbij kunnen gebruikers zelf aangeven of ze wel of niet op die manier te vinden zijn. Het is enerzijds niet de bedoeling dat wifi exact nagaat waar gebruikers zijn en waar ze naar toe gaan, anderzijds is het zeker bij flexibele werkplekken handig als collega’s weten waar iemand zich bevindt om daar even naar toe te gaan.

Verantwoord omgaan met data

Dennis Munchgesang (A2 Networks) benadrukt dat er zoveel mogelijk wordt gedaan om de functie van technische mogelijkheden zakelijk te houden. Het moet niet worden benut om medewerkers in de gaten te houden, te bespieden. Dat is meestal letterlijk het beeld van Big Brother: de technologie die alles en iedereen controleert.

„Cameratoezicht moet zakelijk zijn, mag de privacy niet schenden om medewerkers te volgen en met bordjes wordt aangegeven dat die er is. Kentekenherkenning voor toegang op de parkeerplaats, ook zoiets. In principe moet dat niet meteen te herleiden zijn tot een persoon.”

Er is volgens hem zeker sprake van koudwatervrees voor het Internet of Things, maar met een goed ingericht netwerk en duidelijke afspraken valt dat weg te nemen. De vraag is dus niet of technologie kan worden toegepast maar hoe en waarvoor.

Een voorbeeld is China waar heel ver wordt gegaan in het gebruik van technologie voor het volgen van mensen. Zo kunnen camera’s er de aandacht van leerlingen registreren en de leraar inseinen als er eentje niet oplet.

De angst voor compleet monitoren is daarom volgens Munchgesang niet helemaal onterecht. „Het ligt hoe je omgaat met data. Je mag het niet overal voor gebruiken, dat moet worden geregeld. Neem ook de smart watch, die gegevens over gezond gedrag kan bijhouden, zoals hoeveel je loopt. Het is niet de bedoeling dat de app hiervan gegevens deelt met externe partijen.”

Toegangscontrole: alleen noodzakelijke info

Ook een expert toegangscontrole vindt dat nut en noodzaak moet worden aangetoond. Dus niet iets toepassen om het te kunnen toepassen maar functioneel, als het doel waarvoor het dient dat nodig maakt.

„Als je het hebt over toegang, dan moet je weten welke gegevens noodzakelijk voor een tag, een code. Een naam erbij is voldoende. Maar een adres of andere gegevens? Wat is het nut daarvan?”

In het geval van toegang speelt biometrie, dat iemand aan de hand van een vingerafdruk of gezichtsherkenning in de database zit om toegang te krijgen. Het wordt in de wereld van toegangscontrole als een mooie, veilige methode beschouwd onder de voorwaarde dat het past bij de regels van de AVG. Volgens de AVG is het verwerken van biometrische gegevens om iemand te identificeren in beginsel verboden.

Populair op het gebied van elektronische toegangscontrole is nu de smartphone met blue tooth-technologie in plaats van de pasjes en de tags. Het wordt als even veilig beschouwd als de traditionele toegangspas, zolang de gegevens maar versleuteld naar de paslezer worden verstuurd. En het zou de privacy niet meer schenden of de kans op controle van de gebruiker groter maken dan voorheen het geval was.

Kinderziektes slimme technologie

Huub Keizers (TNO) denkt dat het gebruik van data om te sturen bij gebouwbeheer zorgvuldig gebeurt. Hoewel het volgens hem wel zaak is scherp te blijven.

„Maar zoiets als de plek van iemand traceren, op welke plek die zit: dat mag in principe niet. Voor bezetting gaat het erom of en hoeveel aanwezigen in een ruimte zijn, niet wie dat zijn. Als het toch gebeurt, is dat hoogstens op vrijwillige basis.”

De privacy zou goed geregeld zijn in Nederland tot in tegenstelling het al genoemde China. Daarbij moet het presteren van de technologie worden gerelativeerd, want het kan nog wel wat beter. Keizers: „Een uitdaging is bijvoorbeeld dat algoritmes goed werken, wat niet altijd zo is. Neem de situatie dat als de zon gaat schijnen op een pand, de zonwering te snel naar beneden gaat en het te donker binnen wordt. Of dat een gebouw gelijktijdig wordt gekoeld en verwarmd, dat is natuurlijk niet de bedoeling.”

En niet altijd hoeft het slimmer maken van een gebouw iets te maken te hebben met privacy of andere factoren die worden geassocieerd met Big Brother. Het meten van CO2 in een gebouw wordt algemeen verwelkomd. Een te hoog gehalte kan tot prestatieverlies leiden, daarnaast is het een indicatie of er voldoende wordt geventileerd.

Nieuwsbank banner