Kennis

Zorgsector vergeet nog te vaak eigen werkomgeving

Door Roland Duivis

Verpleegkundigen die met de telefoon aan hun oor in de gang een gesprek voeren. Artsen die in de koffieruimte de gegevens van een patiënt uitwisselen. Documenten die open en bloot op de balie liggen om ingevuld te worden. Veel zorgpersoneel heeft behoefte aan een rustige werkplek, waar even die belangrijke zaken kunnen worden afgehandeld. En die werkplek ontbreekt maar al te vaak.

Waar de prioriteit ligt in de zorg, leidt geen twijfel: bij de patiënt. Die staat voorop. De Nederlandse zorgmedewerkers staan letterlijk dag en nacht klaar voor hun patiënten. De Coronacrisis maakte dat afgelopen jaar zeer duidelijk. Het is dan ook niet meer dan logisch dat deze medewerkers, die het predicaat ‘ maatschappelijk cruciaal’ dragen, een goede werkplek hebben om hun werkzaamheden naar behoren uit te voeren. Toch blijkt daarvan nauwelijks sprake. Ziekenhuispersoneel dat met tien man bijeenkomt in een klein hokje voor overleg of zelfs gewoon in de gang. Het is aan de orde van de dag. De reden? Zorgpersoneel cijfert zichzelf weg, alle aandacht gaat uit naar de patiënt. Onder meer daardoor wordt van oudsher maar een klein percentage van het budget gebruikt voor het realiseren van een goede werkomgeving. Ziekenhuismeters zijn nou eenmaal erg duur.

Burn-out

Hoewel de Coronacrisis heeft aangetoond dat veel werk ook vanuit huis kan worden gedaan, is dat bij veel zorginstellingen niet of nauwelijks aan de orde. Volgens Engelen is het besef echter wel gegroeid dat de werkomgeving niet voor lief mag worden genomen. Met name vanwege het feit dat uitval van zorgpersoneel kan worden voorkomen als de werkomgeving beter op orde is. Dat mensen die de zorg verlenen ook overeind moeten blijven, wordt te vaak vergeten. Er is te weinig oog voor de werkomgeving en de omstandigheden. Daardoor kunnen zij niet prettig werken en goed functioneren. De kans op een hoog ziekteverzuim groeit daardoor, net als de ontevredenheid op de werkvloer. De kwaliteit van de zorg komt daarmee ernstig onder druk te staan. Dat veel zorgmedewerkers na een jaar Corona tegen een burn-out aan lopen is dan ook niet verwonderlijk.

Om de werkomgeving voor de medewerkers structureel te verbeteren in de zorg is een integrale aanpak nodig. Zomaar een kamertje vrijmaken, als dat überhaupt tot de mogelijkheden behoort, is geen duurzame oplossing. Naast de facilitair manager, zal ook human resources en de IT-afdeling betrokken moeten zijn bij de inrichting van zo’n werkplek. Denk alleen al aan de eisen van daglicht, arbo, ergonomie en allerlei technische infrastructuur die zal moeten worden gerealiseerd. In geval van renovatie of nieuwbouw behoort dit wel tot de mogelijkheden, maar bij bestaande bouw loopt men al snel tegen grenzen aan. Zowel bouwkundig als financieel.

Over de schutting kijken

Gelukkig begint men in de zorgsector wel wat meer over de schutting te kijken. Bijvoorbeeld naar bedrijven en organisatie met ook een open structuur. Kantoortuinen hebben tientallen jaren hun nut en meerwaarde bewezen. Maar ook daar is sinds een paar jaar een kentering gaande. Medewerkers komen minder naar kantoor en als ze daar wel zijn, willen ze én goed samen kunnen werken met collega’s én van tijd tot tijd rustig en geconcentreerd kunnen werken. Stiltecabines, overleg-units en kamers voor videobellen blijken daarvoor zeer geschikt. Deze ruimtes waar medewerkers zich kunnen terugtrekken, zijn veelal gering van omvang en kunnen feitelijk geplaatst worden waar maar wenselijk. Er hoeven geen grote bouwkundige werkzaamheden voor worden uitgevoerd. Dat steeds meer zorginstellingen kijken naar deze oplossingen wekt dan ook geen verwondering.