Kennisbijdragen

Scholen brengen hun binnenklimaat duurzaam op orde

Door Roland Duivis

Het belang van een goed binnenklimaat op scholen wordt steeds meer onderkend. Mede door de Coronacrisis is het onderwerp hoger op de agenda gekomen bij menig schoolbestuur. Vanuit het Rijk worden er subsidies verstrekt om de ventilatie op de scholen te verbeteren. Toch zullen ook na de zomervakantie veel scholen nog te kampen hebben met een slecht binnenklimaat.

Op scholen is het binnenklimaat vaak niet zoals deze moet zijn. Hierdoor treden er diverse comfort- en gezondheidsklachten op bij zowel de leerlingen als de leerkrachten. Door goed te sturen op een gezond binnenklimaat kunnen een hoop klachten worden verminderd of voorkomen.

Door de steeds betere isolatie is het mogelijk overal een comfortabele temperatuur te garanderen. Die isolatie is een must vanwege de energiebesparingen die het oplevert. Maar het brengt ook nadelen met zich mee. Luchtvochtigheid is met name in de winter een probleem door de droge lucht. Hoge luchtvochtigheid kweekt schimmels, lage luchtvochtigheid geeft lichamelijk onbehagen, en wordt in verband gebracht met extra Covid besmettingsgevaar doordat in droge lucht de uitgestoten druppeltjes kleiner blijven en zich dus verder kunnen verplaatsen. Ventilatie, automatische luchtbevochtigers, maar ook planten, kunnen helpen de luchtvochtigheid in gebouwen beter en gezonder te maken.

In de praktijk blijkt het moeilijk om een goed, beheersbaar en energiezuinig binnenklimaat te scheppen. Dit komt mede doordat er rekening moet worden gehouden met verschillende aspecten, zoals bouwkundige eigenschappen, de bezettingsgraad van een ruimte en externe bronnen die van invloed zijn op het binnenklimaat. In het geval van scholen kan hierbij gedacht worden aan grote raampartijen, een zeer hoge en wisselende bezettingsgraad van een ruimte en bijvoorbeeld aan het gebruik van beamers.

Vroegtijdig rekening houden

Een goed, gezond en energiezuinig binnenklimaat is, wanneer er vroegtijdig rekening wordt gehouden met genoemde aspecten, is echter goed te regelen. De techniek is er absoluut, deze moet echter verbonden worden met de keuzes die in het voortraject worden gemaakt en de specifieke kenmerken van de bouw en het gebruik daarvan. Wanneer we kijken naar scholen is de bezettingsgraad opvallend. Deze is vaak hoog, maar kan ook sterk wisselen. Een klimaatsysteem moet hierop probleemloos kunnen anticiperen en dat vraagt om een continue meting.

Zo vraagt elke branche om een eigen branchegerichte oplossing als het gaat om het binnenklimaat. In scholen moet daarbij absoluut gedacht worden aan een decentrale techniek, omdat centraal gestuurde systemen te traag reageren en niet per ruimte apart kunnen regelen. Dit veroorzaakt daarom een onnodig hoog energieverbruik en veroorzaakt comfortklachten. Een decentrale oplossing regelt per ruimte het klimaat op maat, gebaseerd op onder meer bezettingsgraad en aanwezigheid, zoninstraling en weersinvloeden. Factoren die de vraag naar warmte of koeling beïnvloeden. Hoe voller een lokaal, hoe meer warmte er vrijkomt waardoor de temperatuur snel stijgt en er een bedompte atmosfeer ontstaat. Decentrale systemen meten de omstandigheden continu en anticiperen hier moeiteloos op en zijn in staat traploos te ventileren. Elk lokaal wordt op deze manier voorzien van een, naar wens ingesteld, prettig en fris binnenklimaat. Een decentrale oplossing is zeer geschikt voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw.

Geen losse componenten


Wat verder voor de facilitair manager belangrijk is in de keus voor een klimaatsysteem is het totaalplaatje. Vaak wordt gekozen voor losse componenten en verschillende technieken. Nadeel hiervan is echter dat de verschillende technieken onafhankelijk van elkaar werken en daardoor niet gebruik maken van elkaar of zelfs elkaar tegenwerken. Er ontstaat een wirwar van installaties die vaak leidt tot blijvende problemen. Een totaaloplossing is, wil men het binnenklimaat onder controle krijgen, een must. Eén systeem dat kan verwarmen, ventileren én koelen en waarbij deze functies elkaar slechts versterken. Waar energie zelfs onderling uitgewisseld kan worden. Hierdoor worden niet alleen de investering- en installatiekosten behoorlijk beperkt, maar wordt ook enorm veel bespaard op de energie- en exploitatiekosten.