Kennis

De voor- en nadelen van zonnepanelen

Door Paul Smits

Steeds meer bedrijven en andere organisaties schaffen zonnepanelen aan. Waarom gebeurt dat en waar moet op worden gelet bij zelf energie opwekken op deze wijze? Een druk belast elektriciteitsnet kan een probleem zijn bij het aanbieden van opgewekte energie.

Zonnepanelen rukken op. Samen met windmolens zijn ze het zichtbare bewijs dat Nederland is gewonnen voor een duurzamere manier van energie. Wie kriskras door Nederland rijdt, komt ze overal tegen. Zonnepanelen komen vooral voor op daken, maar zijn er ook op de grond (zonneparken).

De groei houdt aan, met name bij bedrijven. Zo stelt het Centraal Bureau voor Statistiek vast dat in 2019 voor het eerst het opgesteld vermogen aan zonnepanelen  bij bedrijven groter was dan bij woningen. In totaal groeide het geïnstalleerd vermogen aan zonnepanelen vorig jaar in Nederland tot 10.213 megawatt zonepanelen.

Meer zonnepanelen in het algemeen en in het bijzonder bij bedrijven. Waarom gaan organisaties ertoe over?

Subsidie en belastingvoordeel

De aanschaf van zonnepanelen wordt onder meer bevorderd door subsidiemogelijkheden en belastingvoordelen. De overheid heeft de afgelopen jaren veel financiële steun gegeven aan bedrijven als ze investeerden in deze schone vorm van energie opwekken. Wel bouwt de overheid financiële ondersteuning af omdat de zonnepanelen steeds goedkoper worden.

Er bestaat bijvoorbeeld de salderingsregeling voor huishoudens en MKB met een aansluiting voor kleinverbruikers. Huishoudens en kleine bedrijven mogen in ieder geval tot 1 januari 2023 zelf geproduceerde stroom terug leveren aan het elektriciteitsnet. En wegstrepen tegen hun verbruik op een ander moment, ook wel salderen genoemd.  Het plan is het salderen te verminderen om te stimuleren energie zelf te gebruiken of op te slaan. Andere subsidieregelingen voor bedrijven zijn de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE) en Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE).

En er zijn andere financiële voordelen te behalen. Belastingtechnisch zijn dat kosten opvoeren  voor aanschaf en installatie en btw terugvragen. De zonnepanelen mogen over twintig jaar worden afgeschreven. Er zijn tevens diverse aftrekregelingen (EIA, KIA, MISA) en de aparte willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). Let wel, EIA mag weer niet gecombineerd worden met ISDE om overstimulering te voorkomen.

Beter imago

Imago speelt een rol bij de motivatie om over te stappen op zonne-energie. Klanten vinden het belangrijker dat een organisatie bijdraagt aan een beter milieu. Zonnepanelen passen in dit beeld. Onder anderen consumenten kunnen letten op het bedrijf bij wie ze wat willen kopen.

Een motief is ook simpelweg rendement. De aanschaf van zonnepanelen kan geld opleveren. Met een terugverdientijd van 7-10 jaar worden de glimmende ontvangers van zonne-energie als een rendabele investering beschouwd.

Daarnaast verhogen zonnepanelen de waarde van een pand en het energielabel. En bedrijven en instellingen zijn volgens de Wet milieubeheer verplicht om energiebesparende maatregelen te nemen die zich binnen vijf jaar terugverdienen.

De aanschaf hoeft niet per se een bepaald doel te dienen, maar kan ook voor het eigen gevoel zijn. Een organisatie kan het prettig vinden dat het op deze wijze ervoor zorgt dat de wereld een stukje schoner wordt.

Aandachtspunten bij aanschaf

Bij de overstap naar energie die letterlijk uit de lucht komt vallen geldt als vanouds ‘bezint eer ge begint’. Want er zijn aandachtspunten waarmee een zakelijke ‘zonaanbidder’ rekening mee moet houden.

Te denken valt aan de dakconstructie als de panelen boven op een gebouw worden geplaatst. Bestaande panden zijn bij de bouw ervan vaak niet berekend op de komst van zonnepanelen. Het is daarom noodzakelijk een constructeur een berekening te laten maken.

Een opstalverzekeraar zal normaliter om een constructierapport vragen om akkoord te gaan met installatie. Vooral oude gebouwen zijn niet berekend op extra belasting. Er wordt daarom gesuggereerd het bouwbesluit aan te passen, nu grotere dakbelasting door zonnepanelen in groten getale voor komt.

Brandgevaar

Veel ophef is er ook over het brandgevaar van de alternatieve energie-opwekkers. Met het Thialf in Heerenveen als bekend voorbeeld. Daar is de brandverzekering opgezegd omdat de kans op schade te groot zou zijn voor het soort zonnepanelen in combinatie met het bij Thialf gebruikte isolatiemateriaal. De panelen zijn uitgezet en de gesprekken lopen nog.

Elektrische installaties met zonnepanelen kunnen soms niet voldoen aan de normen als de montage niet goed is uitgevoerd of het gebruikte materiaal niet geschikt is voor de situatie. Er is daarom een nieuwe certificeringsregeling, Scope 12. Die moet zorgen voor betere installaties en een kleinere brandgevoeligheid.

Scope 12 is een nieuw keurmerk dat de installatiebranche samen met de brandweer en verzekeraars heeft ontwikkeld. Het is nog niet verplicht maar de kans is groot dat het certificaat wordt meegenomen als voorwaarde bij een verzekering.

Afstemmen op verbruik

Het aantal zonnepanelen moet worden afgestemd op het verbruiksprofiel. En de netbeheerder dient op de hoogte te worden gesteld. Voor grootverbruikers is het belangrijk om te weten of er voldoende capaciteit is en teruglevering is toegestaan, want er kan sprake zijn van netcongestie. Kleinverbruikers moeten de installatie aanmelden, een voorwaarde voor saldering.

Agem is een goed voorbeeld van hoe het in de praktijk kan gaan, hoe bedrijven tot aanschaf over kunnen gaan. Het is een actief samenwerkingsverband in de Achterhoek, dat onder meer met een quickscan en webinars belangstellenden helpt.

Projectleider Ruud Krabbenborg namens Agem: „Het is een samenwerking tussen acht gemeenten, waarbij ook 15 energiecoöperaties zijn aangesloten. We installeren niet, onze rol is vooral het geven van onafhankelijk advies en de mogelijkheden daarmee inzichtelijk maken. Er is nog heel veel interesse.”

In de praktijk: netcongestie

Hij onderkent genoemde motieven en aandachtspunten. Eentje springt er wel uit: netcongestie. „Het net zit hier vrij vol. Probleem is dus dat je wel energie kunt opwekken, maar het niet altijd kwijt kan. Dat speelt bij ons meer dan in de Randstad, met minder capaciteit om elektriciteit te verwerken.”

Het is geen reden af te zien van het overstappen op zonne-energie, waarschuwt hij. „Netbeheerder Liander er is druk mee bezig. Het is zoeken naar alternatieven voor een definitieve oplossing, zoals batterij-opslag. En wij adviseren bijvoorbeeld agrariërs niet voor grootverbruik te kiezen maar voor kleinverbruik en het opwekken en verbruik zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. In het laatste geval kan de netbeheerder nog geen transportbeperkingen opleggen en kun je dus in principe terugleveren. Hoewel ook op het laagspanningsnet al problemen zijn.”

Daarnaast hoeft gelet op de subsidiemogelijkheid niet meteen tot aanschaf te worden overgegaan, gaat de Agem-projectleider verder. „Als je van de SDE-regeling gebruik wil maken, is er anderhalf jaar de tijd om tot uitvoering over te gaan.”

Vaak SDE en saldering

Hij bevestigt dat de overheid de steun voor zonnepanelen afbouwt, omdat ze steeds minder kosten. „Maar dat laatste geldt niet helemaal meer. Ze worden juist weer duurder door stijging van grondstoffenprijzen en hogere vervoerskosten voor containers.”

Bij interesse is er voor ondernemers in deelnemende gemeenten de gelegenheid een quickscan bij Agem te laten uitvoeren. Krabbenborg: „Het gaat meestal om daken, die aanvragen kunnen gratis worden aangemeld. We gaan dan berekenen hoeveel zonnepanelen erop passen, hoeveel het kost en welke financiële steun er is. In de praktijk gaat het vooral om SDE voor grootverbruikers en saldering voor kleinverbruikers. Andere mogelijkheden zijn coöperatief investeren in energie of een dak verhuren voor grote oppervlaktes, meestal vanaf ongeveer 1.000 zonnepanelen.”