Bedrijfsnieuws

Goed binnenklimaat essentieel voor leerprestaties

Goed binnenklimaat essentieel voor leerprestaties

Hoofdpijn, concentratieproblemen, slechtere leerprestaties en grote kans op verspreiding van virussen. Als een binnenklimaat op scholen niet op orde is, kan dat grote gevolgen hebben. Uit onderzoek blijkt dat de luchtkwaliteit binnen onderwijsinstellingen zorgwekkend is. Een lichtpuntje is er ook: door de komst van het coronavirus is er meer aandacht voor het onderwerp én is er een subsidie beschikbaar gesteld waar scholen gebruik van kunnen maken om het binnenklimaat te verbeteren.

Sinds de komst van het coronavirus begint het belang van goede ventilatie door te dringen. Het Landelijk Coördinatieteam Ventilatie op Scholen deed de afgelopen tijd onderzoek naar de luchtkwaliteit op scholen. Zo’n 79 procent van de Nederlandse schoolgebouwen werd benaderd voor het onderzoek, de helft van de benaderde onderwijsinstellingen gaf aan nog geen gegevens over het binnenklimaat te hebben maar dit wel snel op te pakken. Ruim een derde van de onderzochte schoolgebouwen voldoet aan de wettelijke normen, zo oordeelde de onderzoekscommissie. Elf procent – bijna 800 gebouwen – voldoen niet aan de eisen voor luchtkwaliteit. De commissie sluit overigens niet uit dat dat aantal nog wat hoger ligt.

Financiën groot struikelblok

De gevolgen van een binnenklimaat wat niet op orde is, zijn groot. Te weinig frisse lucht zorgt voor gezondheidsklachten zoals hoofdpijn of vermoeidheid maar ook voor cognitieve problemen. Zo kunnen scholieren én leerkrachten die in een lokaal zitten zonder goede ventilatie zich minder goed concentreren en kunnen ze niet optimaal presteren. Dat de ventilatie juist op scholen niet op peil is, komt volgens de commissie doordat daar zich relatief veel mensen bevinden in een kleinere ruimte. Ook staat er veel meubilair wat doorspoeling van lucht moeilijker maakt. Daardoor vinden er eerder verontreinigingen plaats. Bij 1 op de 10 scholen is  de luchtkwaliteit niet op orde en dat heeft meerdere oorzaken. Zo zijn de richtlijnen voor nieuwbouw wel duidelijk, deze moeten voldoen aan de BENG-eisen. Oudere scholen hebben als richtlijn uitsluitend het Bouwbesluit waarin nauwelijks aandacht is voor zaken als ventilatie en isolatie. Het enige wat er in het Bouwbesluit over te vinden is, is dat er 400 kuub per lokaal aan lucht moet zijn. Dat is echter niet voldoende om aan het CO2-gehalte te voldoen. Dat gehalte met zo rond de 1000 liggen, in de praktijk komt het neer op 1800 of zelfs hoger.

Maar de grootste uitdaging is – zeker binnen het onderwijs – de financiën. Vaak laat de begroting van een school weinig ruimte voor hoge uitgaven, zeker bij sterk verouderde gebouwen zit daar de essentie van het probleem. Door de coronacrisis zien onderwijsinstellingen wel het belang van een goed binnenklimaat, maar de pecunia ontbreken. Hoewel bij de meeste gebouwen geen grootscheepse verbouwing nodig is, ligt dat anders bij de wat oudere scholen. Hen wacht vaak een forse investering: nieuwe beglazing, isolatie, een goed functionerende klimaatbeheersing, het loopt aardig in de papieren. Om scholen en gemeenten tegemoet te komen, heeft het Rijk daarom besloten 360 miljoen euro beschikbaar te stellen. Scholen die aanpassingen doen, kunnen ondersteuning krijgen. Het Rijk draagt maximaal 30 procent van de kosten bij, de resterende 70 procent dienen door school en/of de gemeente betaald te worden.

CO2-meter eerste stap

Naast de financiën speelt ook een gebrek aan kennis een rol. Schoolbesturen en facilitair managers weten soms niet goed waar ze moeten beginnen. Om hen op weg te helpen heeft de onderzoekscommissie een aantal tips en adviezen in het rapport opgenomen. Het belangrijkste is om in elke ruimte een CO2-meter te plaatsen. Deze geeft aan wat de kwaliteit van de lucht in het lokaal is.

Is de meter groen, dan is de ventilatie op orde en de CO2-concentratie laag genoeg. Bij oranje is er minder schone lucht aanwezig en moeten ramen en deuren worden geopend om de klas te ventileren. Kleurt het lampje rood, dan moeten de kinderen en leerkracht het lokaal verlaten. Op korte termijn is dat een prima oplossing, maar wat als de meter continu oranje of rood laat zien? De hele dag de ramen open houden is in de zomer geen probleem, maar in de winter geen pretje.

De eerste stap om het probleem voor de lange termijn op te lossen, is investeren in goede isolatie. Dat zorgt voor een aangenamere en constantere temperatuur in de lokalen. Maar met alleen isolatie ben je er nog niet. Om echt te zorgen voor een verbetering van de luchtkwaliteit is meer nodig en is een luchtbehandelingssysteem een goede optie. Er zijn verschillende soorten op de markt, waarbij bij scholen vooral het recirculatiesysteem populair is. Op termijn is dicht echter niet de beste oplossing. Uiteindelijk moet de vuile lucht naar buiten gaan en de schone juist naar binnen. Door te recirculeren wordt de lucht alleen maar verplaatst en dat biedt geen structurele oplossing.

Goede lucht in elk lokaal

Dan moet een school nog de keus maken voor een centraal of decentraal systeem. Een centrale ventilatie is voor een onderwijsinstelling met veel aparte ruimtes en lokalen geen aanrader. Hoewel het systeem er vanzelfsprekend voor zorgt dat de toegevoerde lucht wordt gezuiverd, de juiste temperatuur en luchtvochtigheid heeft én het CO2-gehalte laag genoeg is, wordt dat bij een centrale variant voor de hele school op dezelfde manier geregeld. Een grote kanttekening daarbij is dat scholen veel ruimtes hebben die in grote variëren en dus andere behoeftes hebben. Decentrale systemen leveren maatwerk per ruimte. CO2-sensoren in elke ruimte zorgen ervoor dat de luchtkwaliteit continu wordt gemonitord en bij een dreigende stijging van het CO2-gehalte wordt door het systeem direct actie ondernomen. Elk afzonderlijk lokaal, kantoor of aula heeft dus continu een prettig en vooral gezond klimaat. Overigens geldt dat het gros van de luchtbehandelingssystemen prima te koppelen is aan de klimaatbeheersing, het wordt vaak als totaalpakket aangeboden. Geen wirwar aan systemen meer dus, maar alles overzichtelijk bij elkaar.

Met de aanschaf van een systeem ben je er echter nog niet. Na aanschaf en installatie komt in de jaren daarna misschien wel het meest essentiële onderdeel om de hoek kijken: onderhoud. Als facilitair manager is het zeer belangrijk een goede onderhoudsplanning te maken en dat ook goed in de gaten te houden. Als onderhoud niet tijdig wordt uitgevoerd, kunnen er grote problemen ontstaan zoals verstopte filters, units die uitvallen of een temperatuur die niet goed kan worden ingesteld. Dat kan er uiteindelijk voor zorgen dat het CO2-gehalte niet meer te regelen is met alle gevolgen van dien.

Kost het geld? Dat zeker. Maar op lange termijn levert het vooral veel winst op. Elk kind én elke leerkracht heeft immers recht op een gezonde werk- en leeromgeving. Daarnaast dragen de voorgestelde maatregelen bij aan een energiebesparing en daarmee uiteindelijk voor een lagere kostenpost op de begroting.

Meer informatie
Nieuwsbank banner