Geen categorie

To smoke or not to smoke

Vaak wordt een facilitair manager binnen zijn of haar organisatie pas (echt) belangrijk als er iets te klagen valt. Smaakt de koffie niet lekker? Staat de verwarming te laag of de airconditioning te hard? Zitten de bureaustoelen wel prettig? En krijgen de collega’s geen hoofdpijn van de nieuwe beeldschermen? De kwaliteit van de werkomgeving wordt door de facilitair manager verzorgd en gewaarborgd. En de werknemer klaagt steen en been als er iets aan mankeert. Een onderwerp waarmee u bijna nooit iedereen tevreden stelt is het rookbeleid binnen een organisatie. Hoe kunt u zowel de niet-rokers als de rokers binnen uw organisatie tevreden stellen?

Roken vroeger en nu
Minder dan eenderde van de ‘volwassen’ Nederlanders (16+) rookt. Dit percentage daalt nog steeds, maar deze daling verloopt de laatste jaren zeer langzaam. In 1958 rookte nog 60% van de Nederlandse bevolking. Bij mannen lag dit percentage zelfs op 90%! Tegenwoordig is het niet meer voorstelbaar dat negen van de tien mannelijke collega’s roken. Eind jaren vijftig werd je op de werkvloer vaak als een ‘mietje’ beschouwd als je niet rookte. Je week af van de ‘gangbare’ norm. Van rookruimtes was absoluut nog geen sprake. We hoeven dan ook slechts te gissen naar de luchtkwaliteit in een gemiddeld gemeentehuis eind jaren vijftig. In 2010 rookt nog ongeveer 27% van de Nederlandse beroepsbevolking en de verschillen tussen mannen en vrouwen zijn verwaarloosbaar (bron: Stivoro). Het aantal jongeren dat begint met roken daalt gelukkig significant en velen denken of hopen dat het verschijnsel roken langzaam maar zeker een stille dood zal sterven. In veel landen is het al totaal ‘not done’ om nog in het openbaar te roken. De roker wordt als paria behandeld. Hij/zij stinkt en zadelt de omgeving op met een passieve vorm van gezondheidsbeschadiging, is in steeds meer landen de status quo. Zover zijn we in Nederland (misschien gelukkig) nog niet.

Rookbeleid: binnen of buiten?
Wat te doen met rokers binnen uw organisatie? In feite zijn er twee opties om uit te kiezen. Binnen of buiten. Wordt er binnen in het gebouw een faciliteit gecreëerd waar gerookt kan worden of moeten de rokers hun heil buiten zoeken in een ‘bushalte’ gelijkend hokje? Een mogelijkheid is het binnen het gebouw instellen van een totaalverbod op straffe van ontslag. Deze optie zorgt ervoor dat er (hopelijk) geen stank (van tabaksrook) is in het gebouw. De stiekeme rokers kunnen echter voor gekke verrassingen zorgen (denk aan verstopte toiletten op luchthavens). Met een dergelijk verbod hopen organisaties tevens een ontmoedigende werking uit te oefenen op de rokende collega’s. Dit kan een tegengesteld effect bewerkstelligen. Zeker als de zon schijnt. Het kan de niet-roker irriteren wanneer zijn of haar rokende collega elk uur naar buiten loopt om een sigaret te roken. Het is belangrijk dat iedereen en met name het bestuur van een organisatie zich houdt aan een dergelijke keuze voor een restrictief beleid. Wanneer een directeur eigenwijs door blijft roken op zijn of haar kantoor heeft dit vanzelfsprekend een negatieve invloed op de bereidheid van de rest van het personeel om zich aan de regels te houden. Dit gebeurt vaker dan je anno 2010 zou verwachten. Hoe er met het rookbeleid wordt omgegaan is in bepaalde mate sectorafhankelijk en in sommige gevallen zelfs geografisch bepaald. In de regio Rotterdam lijkt er nog steeds meer gerookt te worden dan het landelijk gemiddelde. Een mogelijke verklaring hiervoor is de aanwezigheid van de havens en daarmee een grote concentratie van transportbedrijven. Van oudsher wordt er in de transportsector veel gerookt. En wordt er niet altijd moeilijk (genoeg) gedaan over een sigaret op de werkvloer. In het geval van vrachtwagenchauffeurs is het bovendien vaak de vraag hoe je de werkvloer moet definiëren. Is de cabine in een vrachtwagen te zien als een werkplek? Moet deze worden gedeeld met een andere chauffeur? Is er een bijrijder? Roken alle gebruikers van deze ruimte? In deze sector zijn er daarnaast nog steeds kantoortuinen met de asbakken op het bureau. In sommige organisaties lijkt het alsof de klok in 2004 bij de invoering van het rookverbod op de werkvloer is stil blijven staan.

Beladen verschijnsel
In de zorg is roken vanzelfsprekend een beladen verschijnsel. Hoe kan een gewoonte waarvan onomstotelijk vaststaat dat deze schade toebrengt aan de gezondheid worden toegestaan binnen een zorginstelling? Dit hangt in sterke mate af van het soort zorginstelling en tevens van de omvang van een dergelijke instelling. In de psychiatrie zijn rookruimtes voor patiënten vaak strikt noodzakelijk om de stabiliteit van cliënten te waarborgen. Op een afdeling met Korsakoff patiënten is het bijvoorbeeld weinig zinvol om een ontmoedigend rookbeleid in te stellen. Vaak zijn de werknemers in GGZ instellingen overigens ook fanatieke rokers. Daarnaast zijn sommige zorginstellingen dermate groot dat het de vraag is hoe raadzaam het is personeel te dwingen buiten te roken. Academische instellingen herbergen soms meer dan 10000 werknemers. Voor iemand naar buiten is gelopen en weer terug is op zijn of haar afdeling kan ruim een half uur voorbij zijn gegaan. Voor organisaties kunnen een aantal nadelen kleven aan een totaal rookverbod binnen het gebouw: vervuiling voor de deur (uitgetrapte peuken op de grond), een ongewenste uitstraling (al die rokers voor de deur), een beveiligingslek (iedereen loopt in en uit, als er niet wordt opgelet met ongewenst gezelschap), negatief effect op arbeidsproductiviteit (kost veel tijd om naar buiten te lopen) en sommige organisaties zijn bovendien (nog) zo goed of zo gek dat ze de rokende werknemer niet in de kou willen laten staan. Een andere optie is het faciliteren van roken binnen in het gebouw. Sinds 1 juli 2008 moeten alle sectoren binnen het publieke domein (inclusief de lang gespaarde horeca) in het geval van rookruimtes aan een minimum aantal eisen voldoen. De ruimte dient afgesloten te zijn en er mag geen hinder zijn van tabaksrook. Ventilatieeisen zijn er niet, althans niet aanvullend op de minimum ventilatie-eisen die zijn geformuleerd in het bouwbesluit. Elke werknemer heeft het recht op een rookvrije werkplek. Dit recht is te vertalen als een plicht naar de werkgever om ervoor te zorgen dat je nooit ongewenst in de rook hoeft te staan. Dus geen rookruimte op het toilet en ook niet in die nauwelijks gebruikte hoek vlakbij de nooduitgang of het (nood) trappenhuis, en eigenlijk ook niet nabij de entree van een gebouw. De rest van het gebouw mag bovendien geen hinder ondervinden van de tabaksrook in de rookruimte. En daar ontstaat vaak het probleem en komt de facilitair manager in beeld. Bijna elke rookruimte veroorzaakt namelijk dezelfde klachten: het stinkt in de rookruimte; het staat blauw in de rookruimte; het stinkt op de gang; het colbertje van de rokende collega stinkt naar rook; de muren in de rookruimte zijn geel en de plafondtegels zien er bruin en vervuild uit. En de facilitair manager mag deze problemen vervolgens gaan oplossen.

Luchtbehandeling
De luchtbehandeling van een rookruimte bestaat uit twee elementaire onderdelen. Ten eerste moet een rookruimte voldoende worden geventileerd. Een rookruimte kent een intensievere bezettingsgraad als de overige inpandige ruimtes. In de horeca komen we zelfs ruimtes tegen met een bezetting van meer dan 2 rokers per vierkante meter. Om te zorgen dat het niet te warm en benauwd wordt in de ruimte volstaat een basisventilatie lang niet altijd. Ventilatie heeft ten doel zuurstof aan een ruimte toe te voeren en warmte en afvalstoffen af te voeren. Ventileren bestaat derhalve altijd uit twee componenten: toevoer (mechanisch of doormiddel van een overstroom voorziening) en afvoer (in geval van een rookruimte te allen tijde mechanisch). Het afvoeren van de lucht dient mechanisch te gebeuren en dient een zekere onderdruk in de rookruimte te creëren. In rookruimtes treffen we vaak een minimale mechanische afzuiging aan. Niet zelden is de overstroom van lucht uit de rest van het gebouw onvoldoende gerealiseerd. De lucht die wordt afgezogen moet wel ergens vandaan kunnen komen. Lucht afzuigen uit een ruimte waar geen lucht bij kan komen heeft vanzelfsprekend geen zin. Aan de rokerigheid en de bijhorende stankoverlast in een rookruimte is na de realisatie van ventilatie nog niets gedaan. Een rookruimte is, vaak zonder dat men zich daarvan bewust is, een extreme ruimte. Immers daar waar alle rokers over het gebouw verspreid zaten, biedt nu alleen de rookruimte zelf nog mogelijkheid om te roken. De rookruimte vraagt daarmee extra aandacht voor de luchtkwaliteit. Extra ventilatie of gelijkwaardige voorzieningen zijn dan ook vereist. Extra ventileren is doorgaans geen optie. Enerzijds omdat de investering om de capaciteit te verhogen vaak te kostbaar is en een verhoogde capaciteit tevens tot hogere energiekosten leidt. Daarnaast zijn de gebouwinstallaties zelden tot nooit ontworpen op een dergelijke verhoogde capaciteit, waardoor deze optie meestal geen realistische keuze is. Het alternatief is het zuiveren van de lucht in de rookruimte. Er bestaan een aantal verschillende technieken om lucht te zuiveren. De technieken onderscheiden zich wat betreft de manier om lucht te verplaatsen en de verschillende filtertechnieken. In het verleden werd de lucht in rookruimtes vaak gereinigd door middel van traditionele luchtreinigers aan of in het plafond. Deze systemen werken door middel van filtratietechnieken en mengventilatie en hebben in intensief gebruikte rookruimtes niet het gewenste effect. De vervuilde lucht wordt namelijk door een dergelijk apparaat aan het plafond aangezogen, gefiltreerd om vervolgens op hetzelfde punt in de ruimte te worden toegevoerd. Hiermee wordt de lucht die net is schoongemaakt vermengd met de vervuilde omgevingslucht. Het plafond rondom deze apparaten is daardoor vaak vergeeld. De ventilatie effectiviteit van mengventilatiesystemen loopt tot circa 50%. Een andere manier om lucht in een afgesloten rookruimte te zuiveren is door middel van luchtverdringing. Deze techniek is gebaseerd op de natuurlijke eigenschap van warme lucht en derhalve ook tabaksrook, dat deze lucht stijgt. Het idee van verdringing houdt in dat op vloerhoogte schone lucht geleidelijk een ruimte in wordt geblazen. De rookruimte wordt vanaf de vloer gevuld met schone lucht waarmee de vervuilde lucht omhoog wordt gestuwd. Bovenin de ruimte wordt de rook vervolgens afgevoerd naar buiten door middel van ventilatie of het wordt door middel van een luchtzuiveringssysteem gefiltreerd en op vloerhoogte weer de ruimte ingebracht. De ventilatie effectiviteit van luchtverdringing kan tot bijna 95% reiken. En is derhalve bijna twee keer effectiever als menventilatie. Het is mogelijk om rookruimtes in te richten waarvan de niet-roker geen overlast ervaart. De leden van de Tweede Kamer te Den Haag maken veel gebruik van de sociëteit van het internationaal perscentrum Nieuwspoort. De sociëteit wordt gezien als een horecagelegenheid en heeft daardoor sinds 1 juli 2008 te maken met het rookverbod. Bij de aanvang van het rookverbod is in de sociëteit een rookruimte ingericht binnen de bestaande ruimte. Met een glazen afscheidingswand is een afgesloten ruimte gecreëerd waarbinnen gerookt mag worden. In deze rookruimte wordt de overlast van tabaksrook door middel van een uitgebalanceerde combinatie van ventilatie en luchtzuivering door middel van verdringing aangepakt. De Voedsel- en Warenautoriteit heeft de ruimte het stempel ‘excellent’ gegeven. In september 2008 heeft minister Ab Klink van Volksgezondheid, Welzijn en Sport deze rookruimte officieel geopend. Bij het opstellen van een rookbeleid binnen een organisatie is het van belang zowel de niet-rokende als de rokende werknemer tevreden te stellen. Het laatste waar een organisatie behoefte aan heeft is een polariserend effect veroorzaakt door een falend rookbeleid. Het belangrijkste is ervoor te zorgen dat de niet-roker geen overlast ervaart van de rokende collega’s. Dat gaat verder dan alleen de hinder van tabaksrook. Met een eigentijdse combinatie van ventilatie en luchtzuivering hoeven rookruimtes geen overlast te veroorzaken en kunnen beide groepen gebruikers van het gebouw zonder overlast naast elkaar werken.

Nieuwsbank banner