Cartoons

Zorginstellingen geven niet erg veel om duurzaamheid

Veel zorginstellingen nemen duurzaamheid niet of nauwelijks serieus. Hoewel werknemers vaak wel bereid zijn om processen te verduur-zamen, voelen zij zich in de steek gelaten door hun managers. Dit betoogt Phyllis den Brok. Zij vindt dat de zorgsector juist een aanjager zou moeten zijn van duurzame processen.

Lekker Betrokken!, een project om zorginstellingen te ondersteunen in het structureel en concreet vormgeven van duurzaamheid in hun organisatie (startend vanuit het brede gebied van eten en drinken), bestaat nu twee jaar. De resultaten van het project zijn zeer succesvol: ruim 20 zorg-organisaties doen mee, elk vanuit hun eigen invalshoek om duurzamer te gaan werken. Voedselverspilling, het maken en communiceren van een duurzaamheidsbeleid en duurzame inkoop (waaronder de inzet van regionale producten) zijn de belangrijkste onderwerpen hierin. Maar ondanks dit succes bespeur ik, als projectleider en begeleider van de deelnemende zorginstellingen, een zorgelijke trend. Kijkend naar de mogelijkheden van inzet en het praktisch aanpakken van duurzaamheid, merk ik dat veel zorginstellingen gas terugnemen in het verder uitvoeren van acties. Het blijkt binnen de zorg steeds lastiger om duurzaamheid in een managementteam op de agenda te krijgen. Sommige zorginstellingen haken zelfs af omdat intern onvoldoende steun gegeven wordt voor de uitvoering van mvo-activiteiten. De vraag is dan ook of zorginstellingen duurzaamheid wel echt belangrijk vinden? Mijn antwoord op deze vraag is duidelijk; ‘nee’! Op dit moment is er een dalende belangstelling en priori-tering te constateren in het daadwerkelijk streven naar een meer duurzame wijze van werken binnen zorginstellingen. Dit is een zorgelijke ont-wikkeling. Blijkbaar bestaat het uiten van duurzaamheid binnen de zorgsector vooral uit woorden. Het is een onderwerp dat erbij gedaan wordt op het moment dat men er ‘tijd’ voor heeft. Op managementniveau wordt er veel geroepen over duurzaamheid, maar acties blijven uit. Onder-liggende lagen willen er graag mee aan de slag. Zij voelen de noodzaak om duurzaamheid onderdeel te laten zijn van het dagelijkse proces en beschouwen dit niet als een last. Dit in tegenstelling tot managers. Deze zorgelijke trend zorgt er voor dat werknemers in de uitvoering steeds minder ruimte en draagvlak voelen om processen te verduurzamen.

Tijd
Managers verschuilen zich vaak achter het excuus dat al hun tijd wordt opgeslokt door grote veranderingen c.q. bezuinigingen binnen hun organisatie, waardoor er voor duurzaamheidprocessen geen ruimte is. Maar waarom zou je juist in tijden van veranderingen duurzaamheid niet meenemen in de ontwikkeling van nieuwe werkwijzen? Blijkbaar ervaart de zorgsector duurzaamheid momenteel alleen als last, als tijd en geld kostend en ziet men niet de voordelen die het kan opleveren op het gebied van profilering, procesverbetering en het centraal stellen van de cliënt en het personeel. En dat is toch wel heel vreemd. Zeker als je kijkt naar de ontwikkelingen in de maatschappij. De consument beoordeelt bedrijven steeds kritischer op het gebied van werkwijzen en de keuze van producten. Zeker op het gebied van eten en drinken worden bedrijven meer en meer afgerekend op hun duurzame werkwijze. Denk daarbij aan de manier waarop rekening wordt gehouden met zaken als diervriendelijkheid, vervuiling, verspilling of arbeidsomstandigheden. Juist binnen het bedrijfsleven, nadrukkelijk ook in deze tijd van crisis, profileert men zich daarom met duurzaamheid. Bedrijven beschouwen duurzaamheid als integraal onderdeel van hun proces en willen zich hiermee onderscheiden. Zij zetten duurzaamheid hoog op hun prioriteitenlijst.

Geld
Daarnaast geeft onderzoek aan dat duurzaam werken juist geld op kan leveren. Dus is het op zijn minst eigenaardig te noemen dat de zorgsector deze maatschappelijk trend voor een belangrijk deel lijkt te negeren; een trend die zich straks onherroepelijk ook zal vertalen in meer wettelijke regelgeving op dit gebied. Zorgmanagers gebruiken ten onrechte de huidige veranderingen als argument om op dit moment maar niets aan duur-zaamheid te doen. Blijkbaar snapt de zorgsector onvoldoende dat ook voor hen een maatschappelijk verantwoorde werkwijze op het gebied van product, proces, people en profit, onontbeerlijk is om een toekomst-bestendige speler te zijn en te blijven binnen de zorgmarkt. Dat duurzaamheid juist in de veranderende markt van vraag en aanbod een onderscheidend vermogen is, dat het met de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) bij de gemeenten extra kansen en mogelijkheden kan bieden in de uitvoer van bestaande en nieuwe diensten. Blijkbaar is de zorgsector zich onvoldoende bewust van de financiële voordelen die met duurzamer werken zijn te behalen; en dit in een tijd waarin geld alleen maar een grotere factor van betekenis wordt! Dat de zorgsector dit blijkbaar onvoldoende beseft (of onvoldoende bij machte is om dit in concreet beleid en handelen te vertalen) is natuurlijk te triest voor woorden. Want in geen enkele sector is met name duurzaamheid op het oog van de mens zo belangrijk als binnen de zorg. Juist van de zorgsector zou je verwachten dat ze de client centraal stellen, hun personeelsbeleid verduur-zamen en dat ze zich profileren in een maatschappelijke omgeving. Dat ze voedselverspilling als ‘not done’ beschouwen, ze een bewuste keuze maken in het aanbod van eten en drinken, kijkend naar de samenstelling en oorsprong. En dat ze zorgen voor een optimale (economische) verbinding met de directe omgeving om deze zo leefbaar mogelijk te houden.

Voortrekkersrol
Vanuit hun sociale functie, die inherent is aan hun dienstverlening, zou je juist verwachten dat zorginstellingen een voortrekkersrol en een voorbeeldfunctie vervullen. En dat ze aanjager zijn van duurzaamheid richting producenten, overheid en andere partijen. Juist omdat zorginstellingen vanuit hun eigen bedrijfsvoering met duurzaamheid hun meerwaarde kunnen aantonen. Daarbij rijst vooral de vraag: hoe doe ik de dingen die ik doe? Waarom kies ik voor bepaalde producten, samen-werkingsverbanden en procesvormen? Het is jammer te constateren dat bij veel zorginstellingen een visie hierover ontbreekt (en daarmee een bewuste keuze in wijze van werken). Dat er bij zorginstellingen niet het besef is dat het investeren in duurzaamheid en mvo een voorsprong geeft ten opzichte van andere organisaties. De bezuinigingen, de veranderende financieringen en de vraag naar een andere vorm van dienstverlening zouden geen belemmering moeten zijn om in duurzaamheid te investeren maar juist een kans. Mijn motto is dan ook: duurzaamheid is noodzaak! En juist het brede gebied van eten en drinken leent zich er voor om duurzaamheid in mee te nemen: het raakt direct vele vlakken van de dienstverlening binnen organisaties. Eten en drinken (en alle zaken die daarbij horen) staat bovendien hoog op de agenda bij de klant, cliënt, patiënt of gast. Niet bezig zijn met duurzaamheid betekent dat je als zorginstelling geen toekomst hebt. Mijn inziens kan geen enkele zorginstelling het maken om momenteel niet bezig te zijn met voedselverspilling. Geen enkele zorginstelling kan het maken zijn processen niet efficiënt op orde te hebben en daar geen prioriteit aan te geven. Zorginstellingen kunnen het zich niet permitteren niet heel bewust na te denken over de keuze van de producten die zij klanten voorzetten, over hoe maaltijden zijn bereid, met welke voedingswaarden en (ongewenste) toevoegingen. Geen enkele zorginstelling heeft bestaansrecht wanneer zij geen (economische) verbinding heeft met de directe omgeving en daar ook haar proces niet op aanpast.

Uitzonderingen
Ik ben ervan overtuigd dat geen enkele zorginstelling zich goed kan profileren wanneer duurzaamheid niet zowel in beleid als uitvoering een nadrukkelijk onderdeel uitmaakt van het proces! En het kan! Vanuit het project ‘Lekker Betrokken!’ zie ik gelukkig ook goede uitzonderingen op het gebied van mvo en duurzaamheid. Dat geldt bijvoorbeeld voor Amarant Puur Culinair, het Deventer Ziekenhuis, het Elisabeth Ziekenhuis, Zonnehuisgroep Amstelland, Zorgcentrum St. Joris en Dimence. Elk op hun eigen manier zijn zij bewust en actief bezig om mvo verder structureel vorm te geven en duurzaamheid nadrukkelijk onderdeel te maken van hun bedrijfsvoering, met onderwerpen en werkwijzen die passen bij hun organisatie. Zij zien en ervaren dat het investeren in duurzaamheid vele voordelen oplevert, op het gebied van profilering, verbetering van de kwaliteit van processen en besparing van kosten. Zij zien dat een maatschappelijk neergezette zorginstelling, die duurzaamheid hoog in het vaandel heeft staan (ook in de uitvoering), toekomstbestendig is in deze uitdagende tijden. Nu de rest nog!