Cartoons

Ook een andere facilitaire wereld na coronavirus

Auteur: Paul Smits

De wereld zal er na het verdwijnen van het coronavirus ook voor facilitaire dienstverlening anders uitzien. Zo goed als zeker zullen maatregelen geleidelijk worden opgeheven, ook omdat het virus niet van de ene op andere dag weg is. Welke gevolgen zijn er voor facilitaire dienstverlening?

Nu organisaties zo goed als het kan blijven doordraaien – of in de zorg- en medische sector juist volop bezig zijn, wordt alvast nagedacht als de situatie wat normaler wordt. Wat zal er allemaal (blijvend) veranderen? Hoe wordt afstand gehouden op de werkvloer bij een terugkeer van medewerkers? Kunnen receptionisten op veilige afstand werken, moeten daar fysieke maatregelen voor worden getroffen? Wat doen we met grote kantoortuinen waar iedereen bij elkaar zit? Werkplekken schrappen, maar waar blijven die mensen dan? Moeten overleg- en vergaderruimtes anders worden ingericht? Dezelfde vraag geldt voor bedrijfsrestaurants. Moeten er looproutes komen?

En zo zijn er talloze vragen waar een antwoord op moet komen. Wat denkt directeur Wim Pullen van het Delftse Center for People and Buildings over de toekomst? „Ik ben geen coronaprofeet. Wie het weet hoe de aanpak en de gevolgen daarvan zich ontwikkelen, mag het zeggen.”

Denken in scenario’s

Het is niet dat Pullen er niets over kan zeggen, maar hij houdt voor dat het handig is te denken in scenario’s. Om te weten in welke situatie hoe er gehandeld moet worden. „Neem als eerste scenario eentje waarbij groepsimmuniteit wordt opgebouwd en er voldoende weerstand is gecreëerd. Dat zou facilitair het makkelijkste zijn, want dan kunnen we uiteindelijk weer met zijn allen aan het werk. Virologen zeggen dat dit op korte termijn niet reëel is.”

In die gedachtegang is het vooral wachten op medicijnen tegen het virus en uiteindelijke een vaccin, een kwestie van lange adem. Daarom zijn volgens Pullen twee andere scenario’s realistischer.

„Het tweede scenario is bijvoorbeeld eentje van geleidelijk weer opstarten. Dan moeten werkgevers bepalen wie ze willen zien. Hoe noodzakelijk is het dat iemand weer op het werk komt? Welke kritische werkprocessen zijn er binnen een organisatie en welke schade is er als iets niet gebeurt?”

„Vergelijk het een beetje met het schilderen van het huis. Dat kan je een jaar uitstellen en dan lijkt het misschien nog goed. Maar stel je dat onderhoud nog een keertje uit, dan kan het te laat zijn en heb je vervolgschade.”

Leidend is Arbowet

Leidend is en blijft voor arbeidsomstandigheden volgens Pullen de Arbowet, waarbij de werkgever moet zorgen voor veiligheid en gezondheid van de werknemers, dus ook voor een zo goed mogelijke werkomgeving.

„Dan stuit je op heleboel gevallen die voorkomen op de werkvloer. Die 1,5 meter afstand houden is ook een verantwoordelijkheid van de werknemer. Hoe ga je dat handhaven? En moet elke keer het toilet ontsmet worden als iemand is geweest? Of neem de draaideur als daar nog contact wordt gemaakt, voortdurend schoonmaken? Nog zo’n voorbeeld is de lift. Daar sta je al snel te dicht bij elkaar. Voortaan maar één persoon toestaan?”

Vragen, vragen waar geen pasklare antwoorden op zijn. En dat zijn nog alleen situaties op het werk. Pullen: „Maar wat doet een medewerker als hij het huis verlaat? Dan kan thuis de hygiëne op orde zijn en op kantoor alles goed geregeld, maar wat gebeurt er onderweg? De auto is redelijk veilig, maar veel mensen reizen met het openbaar vervoer.”

Een derde mogelijkheid is dat het voorlopig blijft zoals het nu is. Pullen: „In deze omstandigheden zal vooral de sociale cohesie aandacht krijgen. Dat de werkgever stimuleert om thuis te blijven werken. Totdat er licht aan het eind van de tunnel is.”

Focus op noodzakelijke

De vele uitdagingen van situaties op het werk moeten worden meegenomen in de overweging of en wanneer het verstandig is terug te keren naar kantoor, maakt Pullen duidelijk. „Er zal trouwens meer focus komen op wat noodzakelijk is voor het voortbestaan voor organisaties. Dus we zullen er iets aan overhouden. Zoals thuis werken als dat goed kan. Catering, beveiliging en schoonmaak zullen allemaal onder de loep worden genomen.”

„In het algemeen moeten we het met zijn allen, met name werkgever en werknemer, erover hebben hoe we het in de toekomst veilig en gezond kunnen houden. Zelf zit ik trouwens ook thuis te werken. Alleen de boekhouder komt af en toe in ons gebouw kijken.”

Andere deskundigen

Andere facilitair deskundigen verwachten net als Pullen dat op het ‘huishouden’ van een organisatie flink anders zal verlopen als de coronacrisis voorbij is. Zo zal thuis werken vaker gebeuren. Hoewel dat door onder meer de thuissituatie -zeker met kinderen- een grens kent. Ook voor de samenhang van een team zal fysiek bij elkaar komen wenselijk blijven. Het gevolg van dat alles kan wel zijn dat er (nog) minder vierkante meters kantoorruimte nodig zijn voor een organisatie. De vraag is verder wat er gebeurt met de vergaderzalen. Want de crisis leidt volgens veel facilitaire experts tot het focussen op wat nuttig en noodzakelijk is en wat niet. Waarom kan de overlegstructuur niet efficiënter door gebruik van online mogelijkheden op dat gebied? Voor de inrichting hoeft niet alles overhoop te worden gehaald, is her en der de mening. Afstand tussen bureaus valt bijvoorbeeld te regelen, waarbij eventueel extra afscheidingswanden een optie zijn.

Schoonmaak prominente rol

Zoals gezegd zal schoonmaak een prominentere rol spelen. Niet alleen voor het op orde houden van toiletten, maar ook voor zoiets als een toetsenbord of het werkblad, zeker in geval van flexwerken. Misschien dat aan dit laatste versneld een einde komt. De eigen werkplek zou dan weer terug komen, ook met het oog op de gezondheid. Er zijn ook geluiden dat nu het moment is aangebroken te breken met kantoren met grote aantallen individuele werkplekken. Omdat een kantoor vooral een plek zou zijn geworden voor ontmoeten, overleg en communiceren. In die visie hoeft het schrappen van werkplekken niet te leiden tot medewerkers die nergens terecht kunnen: simpelweg omdat er minder werkplekken nog nodig zijn.

Een ander voorstel is het veel minder met zijn allen naar het werk gaan, waar facilitaire dienstverlening op moet inspelen. Nu al zijn er soms al verschillende teams die naar kantoor gaan, dat zou in de toekomst in aangepaste vorm zo blijven. Denk aan verruimde werktijden, werkdagen variëren of het kantoor in het weekend openen.

Op elektrische fiets naar werk?

En over het door Pullen geopperde reisprobleem wordt elders al een oplossing gesuggereerd ‘De baas’ zou aan werknemers die op niet al te grote afstand wonen elektrische fietsen kunnen verstrekken voor woon-werkverkeer.

En overleeft de kantoortuin corona? Want met zijn allen in een grote ruimte zitten, lijkt voorbij. En het bedrijfsrestaurant zal (voorlopig) niet meer op vaste tijdstippen worden bezocht. Overal zijn meningen over deze en tal van andere facilitaire onderwerpen te zeggen. Maar wie het weet, mag het zeggen. Het is in ieder geval tijd om erover na te denken.