Cartoons

Leren wat gezond gedrag is

Het nieuwe werken. Thuiswerken. Bring your own device. Het zijn allemaal ontwikkelingen die hun sporen nalaten in de werkomgeving op kantoor. Maar wat voor gevolgen hebben deze zaken op het gebied van de ergonomie? Is de werkplek op kantoor of thuis wel ingericht op dat flexibele gebruik? En wat zijn de gevaren van het werken op een tablet? Een gesprek met Merle Blok (TNO) over taakgericht inrichten, technostress en derde werkplekken.

Merle Blok is projectleider bij TNO op het gebied van arbeidsproductiviteit. Ze richt zich in haar werk vooral op duurzame arbeidsproductiviteit bij kenniswerkers: mensen die veel van hun tijd doorbrengen achter de computer. Het draait om het creeren van een goede, gezonde en slimme werkomgeving voor die werkers. Daarbij komt ergonomie nadrukkelijk om de hoek kijken.

Wat voor gevolgen heeft het nieuwe werken
voor de inrichting van kantoren?

‘Er wordt steeds meer gekeken naar het taakgericht inrichten van kantoren, waarbij je werkplekken kunt kiezen die goed passen bij de taak die je op dat moment uitvoert. Dat vind ik echt een stap vooruit. Er wordt meer uitge-gaan van maatwerk. Maar met name de uitleg daaromheen, de instructie, kan beter. Je moet bijvoorbeeld niet langdurig gaan werken op een aan-landwerkplek. Die zijn daar niet voor bedoeld. Ik denk dat de werkplekken van nu voor 90 procent van de mensen voldoende zijn. Ze hebben daar de beschikking over instelbare stoelen en bureaus. Dan blijft alleen wél de vraag om mensen dat meubilair ook als zodanig gebruiken, of ze weten hoe ze dat op hun maat moeten instellen. Ik denk dat daarin ook een taak is weggelegd voor zowel facility managers als voor leveranciers van kantoor-meubelen. Je ziet steeds vaker dat er sprake is van hele inrichtings-contracten. Je zou daarin ook prima een stuk training en instructie mee kunnen nemen.’

Op de werkplek is het dus behoorlijk geregeld.
Maar hoe zit dat met het thuiswerken?

‘Ik ben bang dat het daar vaak nog heel slecht is, al hoop ik wel dat mensen die thuis werken wat dynamischer gaan worden. Kijk, beweging en afwisse-ling zijn van groter belang dan een perfect ingestelde stoel. Het blijft alleen lastig wie nu de verantwoordelijkheid heeft voor de thuiswerkplek. In feite moet de werkgever de werknemer leren wat gezond gedrag is en moet die werknemer dat vervolgens ook wel oppikken.’

Bewegen op het werk is dus van groot belang?
‘Daar valt nog een wereld te winnen. Het zou goed zijn wanneer je mensen op een aantrekkelijke manier kunt verleiden om gezond gedrag te vertonen. Wij zijn als TNO ook wel betrokken bij nieuwe ontwikkelingen, zoals de Oxidesk, waarmee je al werkend kunt bewegen, en bij de Axia Smart Chair van BMA. Dat is de stoel van de toekomst, waarbij je door tactiele trillingen uitgenodigd wordt tot gezond zitgedrag. Daar moeten we slim over na blijven denken. Je moet dit soort ontwikkelingen ook zie als een stukje wakker schudden. Ik denk ook dat een werkgever wél alle rand-voorwaarden moet bieden om zijn medewerkers gezond te houden. We zijn ook aan het onderzoeken of het nieuwe werken nou eigenlijk wel tot méér bewegen leidt. Het klinkt allemaal wel heel dynamisch, maar is dat ook zo? Daar ben ik wel benieuwd naar.’

Wat zijn de gevaren van het nieuwe werken?
‘Je bent wel heel lang ‘connected’ met je apparatuur. Er is kans op techno-stress, doordat mensen continu bereikbaar willen zijn. Er zijn al wel voor-beelden van bedrijven die dat tegen willen gaan. Zo zetten ze bij Volkswagen in Duitsland ’s nachts de servers uit. Maar dan ga je dus weer op een oude manier ingrijpen. Ik geloof niet zo in die aanpak. Je moet mensen juist leren wat normaal en gezond gedrag is, dat je ’s nachts niet op een mailtje hoeft te reageren. Het is dus zaak om een dialoog op te starten: wat vinden we normaal? We hebben heel weinig rustmomenten meer in onze werkdag. De verbindingen zijn snel, er wordt veel gemultitaskt. Dat gaat wel een plafond bereiken. Rust is van belang, zeker mentaal. En die mentale component is een niet te onderschatten onderdeel van het nieuwe werken, naast de fysieke en virtuele component.’

We maken steeds meer gebruik van tablets en smartphones, óók op de werkplek. Brengen die ergonomisch gezien nieuwe gevaren met zich mee?
‘Een tablet is nu, ergonomisch gezien, eigenlijk nog best onhandig. Die brengt andere hoeken en houdingen met zich mee. De laptop was ook al niet optimaal, wat dat betreft. Er is eigenlijk sprake van een achteruitgang ten opzichte van de ‘oude’ houding. De kijkhoek is steeds slechter geworden. Ik verwacht echter wel dat men dat straks gaat ondervangen, bijvoorbeeld door het gebruik van flexibele schermen. Er is in de toekomst qua techniek zoveel mogelijk. Een tablet is natuurlijk ook niet bedoeld voor langdurig gebruik. Dat was de laptop eigenlijk ook al niet. Ik heb goede hoop dat iemand die langer dan twee uur op een tablet wil werken, daar een extern toetsenbordje aan hangt. Of de muisarm straks een swype-arm wordt? Daar ben ik wel benieuwd naar. Maar ik denk dat dat wel ondervangen kan worden door de snelle ontwikkelingen in technologische middelen die het werken met spraakherkenning en het omzetten naar tekst nog beter mogelijk maken.’

Welke rol kan TNO in dit hele verhaal spelen?
‘Wij willen innovatieve oplossingen bieden, de ergonomie terugbrengen in fysieke, mentale en virtuele vraagstukken. Die innovatie gaat verder dan technische innovatie alléén. Er is ook sprake van sociale innovatie. Je geeft mensen aan de ene kant meer autonomie, maar dat leidt aan de andere kant tot meer stress. Het nieuwe werken is een middel, bedoeld om je menselijk kapitaal goed te benutten. Het is echter veel meer een doel geworden. En dat is gevaarlijk. Het is zaak om als organisatie eerst je doel te bepalen en daar dan passende maatregelen aan te hangen. Het is niet handig om klakkeloos bepaalde formules over te nemen. Je ziet nu ook dat de roze bril wordt afgezet. We gaan nadelen bespeuren. Het plaats- en tijdonafhankelijk werken mag niet het uitgangspunt zijn. Wij stellen als uitgangspunt dat het menselijk kapitaal ondersteund moet worden. En dan moet je maatwerk bieden, dat past bij het type persoon en de type taak.’

Hoe zie je de toekomst voor je?
‘Het kantoor zal er anders uit gaan zien, je krijgt andere samen-werkingsvormen. Technisch staat er nog ontzettend veel te gebeuren. Je kunt straks allerlei objecten als ‘device’ gaan gebruiken. Ik denk verder dat het thuiswerken zijn plafond zal gaan bereiken. De basis van het werken zal interactie mét en ontmoeten van mensen blijven. Daarom voorzie ik ook een groei van de zogenaamde derde werkplekken: satellietkantoren of flexkantoren, waar je zowel kunt werken als ontmoeten. En dat dan uiteraard wél in een op jouw maat gesneden omgeving.’