Cartoons

Grote rol facilitair bij Coronavirus

Facilitaire dienstverlening is uiteraard betrokken bij de aanpak van het coronavirus. Overleggen, goed opletten wat RIVM adviseert en extra nadruk op schoonmaak zijn enkele aspecten.

Nike trok de aandacht door het Europese hoofdkantoor in Hilversum te sluiten nadat het coronavirus bij een medewerker was vastgesteld. Het kantoor en de daarbij behorende parkeergarage werd van top tot teen schoon gemaakt en ontsmet. De maatregel werd uit voorzorg genomen. De vraag is of elke organisatie identiek omgaat met de aanpak van het virus en hetzelfde zou hebben gedaan. Relevant voor facilitair management en facilitaire dienstverlening vanwege de onmiskenbare rol om mede te zorgen voor veiligheid en gezondheid. Iemand die letterlijk en figuurlijk met twee benen in de praktijk staat is Karin Sanders-Van Heijst van de HAN
University of Applied Sciences (HAN). De HAN staat bekend om de
facilitaire opleiding, waar Sanders ook af en toe doceert. Maar ze
is, benadrukt ze zelf, er vooral bezig als hoofd Facilitaire Zaken.


Voorbeeld Nike?
Ze weet niet of het voorbeeld van Nike overal moet worden
gevolgd. „Het helpt niet. Wel is het goed om te laten zien dat je de
situatie serieus neemt. Je moet medewerkers gerust proberen te
stellen.” Sanders weet door de interne rol en mede betrokken bij
de facilitaire opleiding hoe te handelen in geval van een uitbraak
van een gevaarlijke ziekte, of hoe proberen die te voorkomen. Wat
gebeurt er organisatorisch en praktisch? „We zijn er natuurlijk mee
bezig. Dan merk je ook dat facilitair een beetje als water uit de
kraan is. Het is er altijd, van belang, maar niet zo zichtbaar.”
„In ons geval betekent het onder meer dat de veiligheidsadviseur
contact houdt met andere hogescholen en universiteiten. En omdat
het coronavirus is opgerekt tot het niveau van een potentiële crisis
betekent dat de aanpak ervan direct onder het college van bestuur
valt. Dan komen verschillende afdelingen geregeld bij elkaar om te
overleggen. Zoals directeur service, communicatie, hoofd huisvesting maar ook ik zit in de zogeheten flexibele schil.”


RIVM leidend
Intern en extern overleg zijn dus bij de HAN een belangrijk element.
Voor informatie vindt Sanders het prettig dat er een centraal, gezag-hebbend instituut als de RIVM is om te weten hoe er praktisch moet of kan worden gehandeld. „We volgen de adviezen van het RIVM op. Om te weten wat je moet doen, wanneer eventueel opschalen, noem maar op.” Daarnaast heeft een organisatie als de hogeschool, waarschuwt Sanders te zeggen, zelf protocollen in geval zich zoiets voordoet of kan voordoen als het coronavirus. Zoals gezegd is het dan standaard bij een hoge mate van risico dat de hoogste bestuurslaag, het college van bestuur, en het crisismanagementteam nauw betrokken zijn bij de aanpak. Daartoe behoort de inbreng van aanwezige facilitaire kennis. Die bestaat tot nu toe bij de HAN bijvoorbeeld uit extra aandacht voor schoonmaak en gebruikers van de locaties goed informeren. Sanders: „De rol van schoonmaak wordt nu belangrijker. Er worden meer toiletrondes gedaan. Er moet worden gezorgd dat de situatie hygiënisch is en blijft. Dus zorgen voor voldoende papieren handdoeken, waar nodig desinfecteren. En de middelen moeten op orde zijn. De zeep is sneller op. Het is best wel lastig voor de schoonmakers. Er moeten extra mensen worden ingezet. Ik heb compassie met ze. Ze moeten het vuile werk opknappen. Die vinden het niet leuk als telkens de handdoekjes op zijn.”

Wat als?
Al is de aandacht in de media enorm, ook de HAN zelf probeert zo
goed mogelijk duidelijk te maken wat gebruikers van de gebouwen
kunnen doen om het gezond en veilig te houden. Zoals informatie
op de toiletten over het goed handen wassen. Sanders over de
eigen inbreng: „Ik heb ervoor gezorgd dat schoonmaak een extra
ronde maakt, ook voor desinfectie handgrepen en leuningen. Ook
omdat ze dan misschien iets zien of horen wat opgepakt moet
worden.” En wat als bijvoorbeeld een student positief test? „Dan
moet een student op last van de GGD in (thuis)quarantaine en komt
ons crisismanagementteam bijeen om de situatie te beoordelen
en acties te ondernemen. Dat doen we in overleg met de GGD en
volgens de informatie van het RIVM.”

Schoonmaak belangrijk
Sanders noemt de schoonmaak extra belangrijk in de aanpak van
het coronavirus. Brancheorganisatie OSB heeft daarom een apart
informatiedocument uitgebracht: ‘Nieuw coronavirus en de schoonmaakbranche’. Er wordt gesteld dat medewerkers extra risico lopen
en reinigen een van de maatregelen is om besmetting met het virus
te voorkomen. De leden van de OSB wordt aangeraden hun medewerkers goed op de hoogte te brengen van wat ze zelf kunnen doen om proberen niet besmet te raken. En het personeel ook voldoende faciliteiten bieden om handen te wassen. Specifek wordt in het document ingegaan hoe schoonmaakbedrijven kunnen helpen besmettingsrisico’s te beperken. „Laat dagelijks oppervlakken die vaak met handen door verschillende mensen worden aangeraakt grondig reinigen.” Sanitair, deurklinken, trapleuningen en kranen zijn enkele voorbeelden. Andere reinigingstips zijn het verwijderen van kranten en magazines uit wachtkamers en andere ruimtes, vuilniszakken sluiten met gebruikte beschermingsmiddelen, het reinigen en drogen elke dag van reinigingsbenodigdheden en ventileren van werkplekken. En er wordt benadrukt dat door grotere risico’s schoonmakers extra voorzichtig moeten zijn. „Zij kunnen zich beschermen en verspreiding beperken door het dragen van handschoenen en het goed
wassen van de handen met water en zeep.”

Instructiekaart
Voor het desinfecteren van een besmette ruimte heeft de OSB ook
aparte tips. Een instructiekaart voor het desinfecteren van besmette ruimtes wordt aangeraden, evenals medewerkers dan goed
informeren en zorgen dat ze over voldoende en juiste beschermingsmiddelen beschikken. Goede hygiëne is belangrijk, terwijl
mondkapjes niet altijd de oplossing zijn om besmetting te voorkomen. Het Rode Kruis beveelt ze niet voor iedereen aan, omdat er
nogal eens verkeerd gebruik van wordt gemaakt en dan het risico
zelfs kan vergroten.

Aanvullend advies
Werkgevers hebben in het algemeen de plicht om te zogen voor
een veilige en gezonde werkplek. ArboNed heeft daarom een
werkgeversadvies, geactualiseerd op 3 maart, opgesteld over het
coronavirus. HumanTotalCare, waaronder ArboNed valt, neemt
net als de HAN richtlijnen en geboden informatie van het RIVM, en
overige betrouwbare bronnen, leidend. „Aanvullend daarop geeft
dit werkgeversadvies een advies gericht op de werksituatie. Ons
advies gaat op onderdelen verder dan de RIVM-adviezen betreffende preventief thuis laten werken van werknemers veertien dagen na
terugkomst uit een risicogebied.” Veertien dagen preventief thuiswerken na terugkomst uit een risicogebied is een beschermende maatregel. Deze bescherming bestaat uit:
• Minder onrust op de werkvloer.
• Minder kans op verspreiding via de werkvloer.
• Minder kans dat werknemers betrokken raken bij een
brononderzoek (GGD).

De uiteindelijke besluitvorming over preventief thuiswerken na
terugkomst uit een risicogebied blijft aan de werkgever en werknemer samen.

Continuïteitsplan
In het algemeen wordt op de werkplek aanbevolen hygiënemaatregelen te nemen, contact met anderen te verminderen en specifek te letten op werknemers die reizen naar of terugkeren uit het buitenland en kwetsbare medewerkers (zwanger, ziek, veel contacten). Thuiswerken moet proportioneel zijn en met goede ICT-ondersteuning voor een digitale werkomgeving. Daarnaast zijn uitgebreide adviezen over (mogelijk) besmette medewerkers. Denk aan het naar huis sturen van werknemers met koorts of preventief een werknemer thuis te laten werken als die betrokken is bij brononderzoek door de GGD. Bij besmetting kan een logboek handig zijn voor het bijhouden van contacten met de besmette persoon en moet worden overlegd met GGD en de bedrijfsarts worden geïnformeerd. Bij onrust kan, ook zonder medische noodzaak, een vestiging
worden gesloten. En als een verdacht iemand terugkeert omdat die niet besmet is, moet de rest goed op de hoogte worden gesteld dat het geen gevaar oplevert. Met een bedrijfscontinuiteitsplan bereidt een organisatie zich voor op de gevolgen van het coronavirus. De volgende zaken kunnen daarbij worden overwogen: het samenstellen van een crisisteam, een risicoprofel maken, zorgmaatregelen en continuïteitsmanangement.