Cartoons

Flinke energiebesparing door gericht toezicht

Een groot deel van de bedrijven in Nederland valt sinds 2008 onder het Activiteitenbesluit van de Wet milieubeheer. Bedrijven die meer energie verbruiken dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 gas, zijn verplicht alle energiebesparende maatregelen te nemen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder. Het bevoegd gezag, meestal de gemeente, houdt toezicht op handhaving van de regels. DcMR Milieudienst Rijnmond heeft namens de gemeente als toezichthouder in Rotterdam en omstreken de afgelopen vier jaar ongeveer 850 organisaties duurzaam op weg geholpen.

De DCMR is één van de ondertekenaars van het Rotterdam Climate Initiative, dat streeft naar een halvering van de CO₂-uitstoot in 2025 ten opzichte van 1990. Ook de uitstoot door energiegebruik van utiliteits-gebouwen (kantoren, instellingen, mkb) moet flink worden verlaagd. Gericht toezicht door de DCMR op de Wet milieubeheer is één van de manieren om deze doelstelling te halen. ‘Uit berekeningen blijkt dat gericht toezicht een reductie van ongeveer 77 kiloton gaat opleveren’, zegt wet-houder Alexandra van Huffelen van Rotterdam en klimaatambassadeur van het Themateam Duurzaam Bedrijven. ‘Dit is vergelijkbaar met de CO₂-uitstoot van 20.000 huishoudens.’

Duurzaam is goedkoop
Nog niet alle gemeenten houden gestructureerd toezicht op de regels uit het Activiteitenbesluit. Van Huffelen: ‘Dat is jammer. Het is namelijk niet alleen zeer goed voor het milieu, maar ook voor de portemonnee van de organisaties die meedoen. Uit onderzoek blijkt dat scholen, bedrijven en zorginstellingen elk jaar miljoenen euro’s energie kunnen besparen.’ Henk Waaldijk, senior adviseur utiliteitsbouw bij Agentschap NL: ‘Ongeveer 70 procent van de klimaatinstallaties in gebouwen is niet goed ingesteld. Bijvoorbeeld omdat de lucht- en verwarmingsinstallaties niet goed werken of beter kunnen worden afgesteld. Ook temperatuurvoelers en -regelaars kunnen verkeerd geplaatst zijn of technische mankementen vertonen. Bovendien valt er nog veel energie te besparen door isolatie, het toepassen van energiezuinige verlichting, het toepassen van duurzame energie, zoals zonne-energie en warmtepompen en het installeren van een hr-ketel.’

Concrete aanpak
Rotterdam heeft inmiddels een groot gedeelte van de bedrijven, die onder de Wet milieubeheer vallen, geïnformeerd. De aanpak is bewust heel concreet gemaakt en wordt branchegewijs ingestoken. Facilitair managers of gebouwbeheerders ontvangen een brief met daarin een afspraakverzoek. Vervolgens komt een van de dertig speciaal hiervoor opgeleide inspecteurs langs en bezoekt samen met de gebouwbeheerder in kwestie de technische ruimte en de werkruimten. Uitgangspunt voor deze inspectie is de lijst van 25 meest besparende en eenvoudig te nemen maatregelen die in het Activiteitenbesluit staan (zie voor meer informatie www.infomil.nl). Als er besparingspotentieel aanwezig is, stuurt de inspecteur een plan van aanpak naar de gebouwbeheerder. Het plan wordt door de beheerder aangevuld met termijnen van uitvoering rekening houdend met zijn onderhouds-planning. Na een jaar controleren wij of er al maatregelen zijn uitgevoerd. In 80 tot 90 procent van de gevallen blijkt dit zo te zijn. Is er niets gebeurd?
Dan volgt uiteindelijk een formeel handhavingstraject. Van Huffelen: ‘Met onze aanpak leggen wij een heel concrete vraag neer bij organisaties. Deze vraag komt vervolgens weer bij installateurs terecht. In Rotterdam komt hierdoor in toenemende mate een groene economie op gang. Dat is heel belangrijk voor de toekomst.’

Resultaten
Dat de aanpak werkt, blijkt uit de resultaten van de afgelopen vier jaar. De DCMR heeft van tien branches de energieprestatie inzichtelijk gemaakt. Het gaat om verpleeghuizen, scholen, ziekenhuizen, overheidsgebouwen, supermarkten, kantoren, groothandels met koeling, bouwmarkten, hotels en datacenters. Ter illustratie: supermarkten besparen duizenden euro’s met onder andere deurtjes voor de koeling (25.000 ton CO2). Ziekenhuizen in de regio besparen gemiddeld € 150.000 op hun energierekening met onder meer het aanbrengen van dimbare en energiezuinige verlichting of het nauwkeuriger inregelen van de ventilatiekasten. Van de 1.300 al gecontroleerde organisaties voldoen 600 volledig aan de norm. De overige besparen al wel op hun energierekening, maar moeten nog wel (enkele) maatregelen treffen. Soms duurt dit wat langer omdat de maatregelen iets later opgenomen worden in de onderhoudsplanning. Ook kan het een kwestie van budget zijn. De komende vijf jaar staan de overige ruim 2.700 bedrijven op het programma. De DCMR licht organisaties eerst voor over de voordelen die te behalen zijn bij voldoen aan de wet. Als er niets gebeurt, worden ze harder aangepakt. ‘Zowel stimulering als regulering is nodig om het peloton aan bedrijven en instellingen in beweging te krijgen’, zegt Van Huffelen. ‘Uit onze ervaring blijkt dat gebouwbeheerders een dergelijke handhavingsaanpak waarderen. Heel veel beheerders hebben liever een strenge brief en aanpak, waarmee ze draagvlak voor de maatregelen in de organisatie kunnen creëren.’

Scholen
DCMR heeft in 2008 als eerste de situatie bij 150 scholen onder de loep genomen. Daarbij bleek dat er nog veel energie valt te besparen met relatief eenvoudige maatregelen. Zo werd onder andere gekeken of de schakel-tijden van de installatie wel gekoppeld waren aan de gebruikstijden van het gebouw. Ook werden verlichting, het gebruik van daglicht en bewegings-sensoren gecontroleerd. Het bleek dat nog bij veel instellingen de kantoorapparatuur ’s nachts niet altijd uitgeschakeld werd. In 2011 is de groep achterblijvers opnieuw gecheckt op dezelfde maatregelen. Hieruit bleek dat ruim 80 procent van de maatregelen uitgevoerd was. Sancties zijn in het overgrote merendeel van de gevallen niet nodig gebleken. Verhoudingsgewijs springt het Libanon Lyceum in Rotterdam er heel gunstig uit ten opzichte van andere scholen in de regio Rijnmond. Het lyceum is gevestigd in drie gebouwen uit het begin van de vorige eeuw. Direct na het bezoek van de DCMR is men aan de slag gegaan met een maatregelenlijst. Als eerste registreerde de school het energiegebruik. Dat leverde een schat aan informatie op. Met die informatie konden vervolgens de stookinstallaties goed worden ingeregeld. Dit leverde op het gasverbruik een besparing op van 5 procent per jaar. Vervolgens heeft de school daglichtafhankelijke regelingen op de verlichting geïnstalleerd. Dit leverde een besparing op van 30 procent per jaar in het elektriciteitsverbruik. Het Libanon lyceum heeft deze besparingen gerealiseerd ondanks een groeiend aantal studenten en behoorlijke uitbreiding van stroomverbruikers als digitale schoolborden. De maatregelen zijn ook niet ten koste gegaan van comfort. Uit de nacontrole van de DCMR bleek dat de uitvoering van de maatregelen goed op schema ligt. Daarnaast scoort de school binnen de regio Rotterdam zeer goed op het gebied van het verbruik per m2. En behoort het zelfs tot de scholen met het laagste verbruik. Het Libanon lyceum boekt daarmee niet alleen milieuwinst, maar spaart, in vergelijking met 2009, ook jaarlijks ca. 23.000 euro aan energiekosten uit.

De Jong Coldstores
Een ander goed voorbeeld van een bedrijf dat met een eenvoudige maatregel flink op energie bespaart, is De Jong Coldstores uit Ridderkerk. Door de uitfasering van het koelmiddel R22 stond het koelbedrijf voor de keuze om een aantal koelingsinstallaties te vervangen. Een keuze waar nog veel meer bedrijven de komende jaren voor komen te staan. Koelinstallaties die nog R22 bevatten mogen namelijk alleen nog met een gerecycled middel worden bijgevuld. Vanaf 2015 mag het middel helemaal niet meer worden bijgevuld. De Jong Coldstores heeft bij het vervangen van een R22- koeling in Ridderkerk voor een ammoniakinstallatie gekozen. De verwachting vooraf was dat dit een energiebesparing van 30 procent, ofwel 165.000 kWh op jaarbasis zou opleveren. In de praktijk leverde de overgang echter meer dan tweemaal zoveel op: 67 procent, wat neerkomt op 370.000 kWh op jaarbasis.

Eisen aan zorgcentrum
Stichting Zorgbeheer de Zellingen, met vier locaties in Krimpen aan den IJssel en Capelle aan den IJssel, werd door de DCMR gecontroleerd op haar energieprestatie. Energiebesparing stond bij de stichting al hoog op de agenda. De Zellingen pakte het grondig aan en voerde energiezorg in, met een belangrijke plaats voor monitoring van het energiegebruik en vergeleek de eigen prestaties in de vorm van een benchmark. Drie van de vier locaties kwamen goed door de controles heen. Maatregelen waren er niet nodig. Het zorgcentrum in Krimpen aan den IJssel kwam er minder goed van af. Het pand was verouderd en stond al op de planning om grondig gerenoveerd te worden. Het leek de Zellingen niet zinvol daar nog te investeren in energiebesparende maatregelen, maar de DCMR zag dat anders. In onderling overleg is gekeken voor welke maatregelen het reëel was om ze te eisen. Zo is onder meer afgesproken dat bewegingsmelders worden geplaatst en de ketels onder handen worden genomen.