Cartoons

Camera’s op kantoor; mag dat?

Cameratoezicht op en rond de werkplek, wordt ingezet om plaatsen, personen en eigendommen in de gaten te houden. Bijvoorbeeld om de veiligheid te waarborgen, ter bescherming van het personeel of ter voorkoming van diefstal en vernieling. Maar de regels rondom het inzetten van camera’s zijn lang niet altijd even transparant. Door aanhoudende veranderende privacywetgeving binnen Nederland en Europa wordt het er ook niet gemakkelijker op. Wat mag wel, wat mag niet?

Camera’s kunnen zichtbaar en verborgen zijn. Afhankelijk van de zicht-baarheid van de camera’s, gelden verschillende regels. En, aangezien met cameratoezicht ook de handel en wandel van de werknemers (en klanten) gevolgd kan worden, is bijna automatisch de Wet bescherming persoons-gegevens (Wbp) van toepassing. Het belang van een bedrijf om camera’s te plaatsen zou dus kunnen botsen met het belang van het recht op privacy van de werknemers. Alvorens over te gaan tot het plaatsen van camera’s dient daarom een belangenafweging plaats te vinden. Volgens de Wbp mogen camera’s op de werkplek geplaatst worden wanneer het bedrijf daar een gerechtvaardigd belang voor heeft. Een gerechtvaardigd belang wordt in beginsel gevonden in het kader van de veiligheid en het tegengaan van criminaliteit, het bewaken van gebouwen of personen, of het faciliteren van toegang. Welke kant de belangenafweging uitslaat verschilt uiteraard per geval. Zo zal veelal het bedrijfsbelang bij het plaatsen van camera’s in diefstalgevoelige bedrijven als juweliers en benzinepompen opwegen tegen het belang van het recht op privacy. Of dit bijvoorbeeld ook het geval is voor een kantoor dat enkel toegankelijk is met een bedrijfspas of in een bioscoop, is de vraag. Het gaat er in feite om dat een bedrijf het besluit om camera’s te plaatsen kan verantwoorden. Niet alleen tegenover de werknemers en (eventueel) de rechter, maar in de eerste plaats tegenover de ondernemingsraad. De ondernemingsraad heeft namelijk ingevolge de Wet op de ondernemingsraden instemmingsrecht over een besluit om personeelsvolgsystemen (waaronder camera’s) te plaatsen. Dit maakt de ondernemingsraad overigens tegelijkertijd medeverantwoordelijk. Indien het gerechtvaardigd belang aanwezig is, mogen camera’s geplaatst worden. Wel geldt hierbij dat de werknemers van tevoren zijn ingelicht, de camera’s zichtbaar zijn en de werknemers en eventueel klanten duidelijk op het cameratoezicht gewezen worden. Ook is het verstandig om duidelijke afspraken te maken over het gebruik van de beelden en om die vast te leggen in een protocol. Denk in dit geval aan procedures en autorisaties voor toegang tot de beelden en over afspraken over de bewaartermijn ervan. Wat dit laatste betreft geeft het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) aan dat als uitgangspunt geldt dat beelden niet langer dan vier weken bewaard mogen worden, tenzij hiervoor een goede reden is.

Onrechtmatig verkregen bewijs
De opgeslagen camerabeelden mogen enkel gebruikt worden voor de doeleinden waarvoor het cameratoezicht is geplaatst. Indien ondernemingen bijvoorbeeld camera’s plaatsen voor beveiligings- en reventiedoelen, mogen zij de camerabeelden van eventuele dieven vervolgens niet zelf publiceren. Ook het op basis van camerabeelden aanspreken van werknemers op hun arbeidsproductiviteit is niet toegestaan als dit niet behoort tot de doeleinden waarvoor de camera’s geplaatst zijn. Mocht een werkgever de beelden toch gebruiken en overgaan tot ontslag, zullen de camerabeelden door de rechter in ieder geval als onrechtmatig verkregen bewijs beschouwd worden. Een sterk voorbeeld hiervan betreft een zaak bij een transportbedrijf in Noord-Holland, dat al enige tijd camera’s in het pand had hangen. De werkgever merkte dat er werknemers, ondanks het rookverbod, toch op de werkplek rookten. De werkgever betrapte de rokende werknemers, door middel van de camera’s, op heterdaad. Een klacht van een van de gestrafte medewerkers liep er op uit dat de rechter zich uitsprak over dit voorval. De camera’s waren bedoeld voor het vinden van boeven, niet voor het opsporen van rokende werk-nemers. Volgens de rechter was dit buitensporig gebruik van persoons-gegevens. Het voorbeeld toont aan dat camera’s niet overal een oplossing voor zijn. De beelden die worden opgenomen mogen dus niet zomaar overal voor gebruikt worden. Verborgen camera Wat betreft verborgen camera’s geldt dat het gebruik hiervan in beginsel niet is toegestaan. Een uitzondering wordt gemaakt in geval van bijzondere omstandigheden. De toelaatbaarheid wordt met name bepaald door enerzijds de bepalingen in het Wetboek van Strafrecht aangaande het gebruik van verborgen camera’s en anderzijds de Wbp. De lat voor het rechtmatig gebruik van verborgen camera’s ligt hoog. Vereist is in ieder geval dat er geen andere mogelijkheid meer openstaat die misstanden binnen een bedrijf kunnen beëindigen. Tevens geldt dat het CBP van mening is dat ook het gebruik van verborgen camera’s kenbaar moet zijn gemaakt aan de werknemers. De Centrale Raad van Beroep besloot echter in een specifiek geval dat vooraf informeren niet altijd noodzakelijk is omdat dit afbreuk zou kunnen doen aan het onderzoek.